Twee artikelen over de Nieuwe Bijbelvertaling

1.

over het vertalen en vertellen van bijbelverhalen

 De God van de mussen

Zo af en toe geniet ik van een mussenpaartje in onze tuin Blijkbaar vinden ze het veilig in onze tuin ondanks de aanwezigheid van vele katers en poezen in de omgeving. Het vele groen, wat restjes van konijnenvoedsel zorgt ervoor, dat mussen, maar ook andere vogels geregeld in onze tuin te vinden zijn.

Als ik vertel over de mussen is vaak de reactie: "Mussen? Die heb ik al zo'n tijd niet meer gezien".

Vroeger was de mus een doodgewoon vogeltje. In kleine groepen waren ze overal te vinden. Op straat in de tuinen, op fabrieksterreinen, op balkons. Maar opeens lijken ze van de aardbodem verdwenen te zijn. We zien merels (voorheen toch bosvogels), spreeuwen, eksters en duiven, maar de mus wordt nog slechts sporadisch gesignaleerd. Wat is er toch aan de hand van de mussen?

Het lijkt wel of de mussen uitgestorven zijn. Een doodgewoon vogeltje is tot een zeldzame vogel geworden.

Wat heeft God met die vogeltjes te maken? Daarover maakt de theologie en het geloof zich vaak niet druk. De theologie houdt zich vooral bezig met de verhouding tussen God en mens(en) en over de verhouding van mensen onderling in dat licht. Voor de natuur is vaak weinig aandacht. In mijn theologische doordenking kom ik zelf vaak te weinig aan toe om ook de natuur erbij te betrekken.

19 juni was het mussenzondag ( en ook vaderdag). Het evangelie over de mussen (Mattheüs 10:29) wordt gelezen. In een van de belijdenisgeschriften van onze kerk, de Heidelberger Catechismus is dit gedeelte belangrijk als men spreekt over hoe God het leven op aarde bepaalt. Het vers over de mussen wordt aangehaald als bewijsplaats dat voorspoed en tegenspoed niet toevallig zijn, maar dat God er de hand in heeft. De samenstellers van de Heidelberger lazen (zondag 9 en 10), ten onrechte overigens, dat het Gods wil is, dat de mussen sterven. Tot voor kort hebben de vertalers in het Nederlands van de bijbel juist vertaald, dat geen musje ter aarde zal vallen zonder de vader. De vertalers van de jongste vertaling (de Nieuwe Bijbelvertaling) kennen de Heidelberger Catechismus beter dan de grondtekst. De bijbeltekst wordt aangepast aan de gereformeerde dogmatiek en zo vertalen ze, zonder het er staat, "Maar er valt er niet één dood neer als jullie Vader het niet wil". In de andere vertalingen kan nog iets doorklinken van de bewogenheid, het medelijden, de ontferming van God. Hij is erbij als het musje ter aarde valt. Je kan er nog in horen, dat het hem niet koud laat wat er met het musje gebeurt. In de nieuwe vertaling wil God de dood van het musje. Bij de altaren van deze God vindt de mus geen huis meer (Psalm 84:3).

Plaatje mussen (volgt nog)

Vertalen is een kunst. Dat geldt zeker bijbelteksten. Steeds weer is het spannend om te zien hoe gedeelten uit de schrift vertaald zijn. Met dit kleine voorbeeld van de mussen hierboven wordt wel duidelijk wat er allemaal op het spel staat.

De bijbel en wij.

Het Nederlands bijbelgenootschap heeft de nieuwe vertaling ook zonder versindeling uitgegeven, zoals een roman. Nu is de indeling in hoofdstukken, pericopen en verzen niet oorspronkelijk. De indeling was een hulp voor theologen om bepaalde woorden en gedachten snel op te kunnen zoeken en te gebruiken ook in de discussie met hun collega's.

Maar door het weghalen van de versindeling is de bijbel nog geen boek geworden als andere boeken. Het is een moeilijk boek met een eigen geschiedenis.

De bijbel leest niet zo snel weg als een moderne roman. De opbouw van de verhalen laten niet toe om snel te lezen. Eerder moeten we leren om slechts een klein gedeelte te lezen, niet te snel, eerder langzaam, om bij allerlei woorden stil te staan, te mediteren, soms weer bladzijden terug te slaan. Er is kortom veel inspanning nodig om de verhalen uit de bijbel te begrijpen.

Daarbij de bijbel stamt uit een cultuur die niet de onze is. Het is een cultuur die ons volstrekt vreemd is. We moeten ook afscheid nemen van veel wat we meenden te weten.

De bijbel lezen is zoals het dineren in een goed restaurant, waar alle gangen met zorg voorbereid zijn. Echter het gevaar dreigt van de McDonaldsisering van het geloof.

De McDonaldsisering van de bijbel (en ook het geloof?).
Een tussenevaluatie van de nieuwe vertaling.

Het moet allemaal maar gemakkelijk en eenvoudig. Eenvoud schijnt het kenmerk van het ware te zijn. Dat principe schijnt vooral toegepast te zijn op de nieuwe vertaling van de bijbel. Ik vind in de nieuwe vertaling vaak dat de smaak verloren is gegaan. Je proeft niet meer het Hebreeuws, je proeft niet meer het Grieks in de teksten. Het is allemaal eenheid-smaak geworden. We hebben te maken met fastfood, zoals je die bij Mc Donalds koopt, de verfijnde smaak van het vijfsterrenrestaurant is verloren gegaan.

Enige voorbeelden:

wie de huidige vertaling vergelijkt met de oudere vertalingen zal zinswendingen als: en het geschiedde en en zie missen.

Deze zinswendingen worden gekarakteriseerd als Hebraïsmen. Het herinnert aan het Hebreeuwse taaleigen van de bijbel en ook aan de Joodse achtergrond van de evangelisten. Men schijnt er bij de vertalers over eens te zijn, dat de zinswendingen het geschiedde en en zie niet zo mooi klinkt in het Nederlands. Het enige alternatief, dat ze bieden is het niet vertalen van deze zinswendingen.

Ik wil hierbij de oude vertaling van het NBG leggen naast de huidige nieuwe vertaling. Ik neem als testcase Mattheüs 9:10

NBG

En het geschiedde toen Hij in het huis aanlag,

zie, vele tollenaars en zondaars kwamen

en lagen mede aan met Jezus en zijn discipelen.

NBV

Toen hij thuis aanlag voor de maaltijd,

kwam er ook een groot aantal tollenaars en zondaars,

die samen met hem en zijn leerlingen aan de maaltijd deelnamen.

In de nieuwe vertaling is het geschiedde en zie weg vertaald. We zullen daardoor ook missen, dat de evangelist ons op iets wil wijzen. Als de bijbel deze woorden gebruikt weten we dat er altijd iets verrassend staat te gebeuren. De vertalers zitten helaas tussen de Griekse tekst en de lezer in. Ze maken er fastfood van. De smaak van het oorspronkelijke is vervlakt.

Een tweede voorbeeld is de vertaling van Johannes 20. Wie het Grieks machtig is zal in het evangelie zien, dat er iets wonderlijks gebeurd in het verhaal. Johannes 19 is een verhaal, dat in het verleden afspeelt. De werkwoorden geven allen de verleden tijd aan. Dat is ergens in het jaar 30 of 33 of wanneer dan ook gebeurd. Maar dan hoofdstuk 20. Opeens verandert Johannes in zijn gebruik van de werkwoorden. Hij vertelt niet meer in de verleden tijd, maar in de tegenwoordige tijd. In de oude Nederlandse Luthervertaling was dit ook correct weergegeven. ` Op den eersten dag der week komt Maria Magdalena vroeg, toen het nog duister is, tot het graf, en ze ziet, dat de steen van het graf weggenomen is.` Helaas is dit in de Nieuwe Vertaling niet overgenomen. Ze vertalen: `Vroeg op de eerste dag van de week, toen het nog donker was, kwam Maria uit Magdala bij het graf. Ze zag dat de steen van de opening van het graf was weggehaald. ` Weer zitten de vertalers tussen de evangelist en de lezer. De vertalers weten al de opstanding is een `historisch feit`. Het is iets wat in het verleden gebeurd is, maar dat er iets verrassends in het heden kan gebeuren komt bij hen niet op. Hier is vertalen weer verraden geworden.

Steeds als ik me op de preek voorbereid vallen mij dit soort zaken op in de Nieuwe Vertaling. Dat betekent niet dat ik zo enthousiast was over de oude vertalingen. Ik zie ook de noodzaak om veel stof weg te nemen, zodat we opnieuw kunnen horen. Maar graag met behoud van smaak.

A.C.Verwaal

2.

Het probleem van de kraaien

over de Nieuwe Bijbelvertaling



Op 6 juli 1973 kocht ik in Parijs het album Le domaine des dieux, een van de avonturen van Astérix de Galliër. Ik had al enige albums van Asterix in het Nederlands, maar nu wilde ik wel eens kennis maken met een originele in het Frans geschreven album.



Le domaine des dieux is een prachtig verhaal over de plannen van Ceasar om het bekende Gallische dorpje te laten omringen en uitindelijk te laten verdwijnen door het stichten van een vakantieresort. Zo is veel aan de Spaanse kust verloren gegaan door de immens hoge hotels en appartementen. De dorpjes verdwenen in het niet, werden afgebroken, voor de oorspronkelijke inwoners is er geen plaats. Het lezen in de oorspronkelijk taal geeft nieuwe diensies aan het verhaal, die in het Nederlands nauwelijks of niet te vertalen zijn.



Een groot aantal slaven wordt ingezet om het bos te kappen, maar met behulp van magische eikels van Panoramix saboteren Asterix en Obelix hun werk door het gekapte bos net zo hard weer terug te laten groeien. De Romeinen pikken dit niet en dreigen de slaven zich dood te laten werken. Asterix geeft de slaven wat toverdrank zodat ze zich kunnen verzetten, maar in plaats daarvan gebruiken de slaven de drank enkel om betere werkomstandigheden te eisen bij de Romeinen. Die gaan akkoord, en de slaven gaan gewoon door met hun werk. Aangezien de slaven pas vrij zullen worden gelaten wanneer er tenminste één gebouw staat, vraagt de leider van de slaven aan de Galliërs hen niet te hinderen in hun werk. Obelix antwoordt hem: maar omdat jullie bomen omhakken schaden jullie Idéfix (de hond van Obelix), de

everzwijnen... Asterix vult dat aan met en de kraaien (corneilles). Panoramix zegt dan bedachtzaam: Oui, c'est un problème cornélien, entre autre. Dit betekent een enorm probleem. Het woord cornélien is afgeleid van de Franse schrijver Corneille, die grote heldentypes beschreef. De Nederlandse vertaling redt zich uit deze onmogelijk te vangen woordspeling: in plaats van kraaien staat er en de egeltjes. En dan: niet zo prikkelbaar! Zo netelig is de situatie niet!



Op de Middelbare School had ik al kennis gemaakt met het werk van de Franse toneelschrijver Corneille en zijn gave om zijn toneelstukken niet als tragedie te laten eindigen. In het verdere verloop van het verhaal bleek, dat Goscinny, de auteur van de Asterix en Obelixalbums het probleem à la Corneille oplost.



Vertalen is verraden, zo luidt een oud spreekwoord. In een vertaling kan veel verloren gaan. Maar ook als je zo'n album in het Frans leest, moet je de Franse literatuurgeschiedenis kennen om deze grap gewaar te worden.



In 2004 werd ons de nieuwe bijbelvertaling (NBV) aangeboden. Van het werk had ik al kennis gemaakt door verschillende proeven van vertaling van enige bijbelboeken. De synode had in 2004 ook al de bijbelvertaling vrijgegeven ter beproeving. En nu hebben de gemeenten van de Protestantse Kerk in Nederland tot 1 januari 2009 de tijd om hun mening kenbaar te maken over deze bijbelvertaling.

Een goede vertaling leveren is een enorm werk. Dat geldt niet alleen voor de bijbel, maar ook voor andere literatuur. Je moet van verschillende problemen rekenschap geven. In de oorspronkelijke tekst zijn er typische uitdrukkingen, die haast niet te vertalen zijn. De schrijver speelt soms met woorden, (bijvoorbeeld rijm, binnenrijm ), die in de ontvangende taal haast niet te verwezenlijken is. Voor de vertaler is dit dan een uitdaging.

Elke vertaling is bovendien een interpretatie van de tekst. De vertaler probeert weer te geven wat de bedoeling van de schrijver is.



Natuurlijk is het wennen als je een nieuwe vertaling van de bijbel leest. Oude vertrouwde woorden zijn vervangen en vaak terecht. Wie weet nog, dat de kribbe uit Lucas 2 een bak is, waarin de boeren/ herders het voedsel voor het vee doet. Voederbak is nu de adequate vertaling. En het is ook goed om niet meer te spreken over de maagd (parthenos) Maria, maar over het meisje Maria. Wel jammer, dat er geen onderscheid is met het andere Griekse woord voor meisje (korasion in Marcus 5: 42). En zo zullen er meer woorden zijn, die verouderd zijn, of een andere betekenis hebben gekregen en daarom door een betere vertaling vervangen dienen te worden. De NBV heeft zijn sporen verdiend om woorden, die nu niet meer verstaan worden te vervangen door een begrijpelijker vertaling.



Naast alle lof voor de NBV zijn er ook kritische kanttekeningen te plaatsen. Er wordt naar mijn idee teveel zaken glad gestreken, terwijl dat niet nodig is en zelfs een zekere vervlakking van het verhaal betekent.



Als voorbeeld noem ik drie zaken, die ik in de verschillende vertalingen van Genesis 45 aantrof. Genesis 45 verhaalt de bekendmaking van Jozef aan zijn broers en zijn uitnodiging aan hen en aan zijn vader om in Egypte te wonen.



Aangezicht/ aanschijn in vers 3, vers 5 en 7

In de verschillende verhalen van het boek Genesis speelt het woord aangezicht een grote rol. In Genesis 45 lijkt het er niet te doen, of je het woord dat ik met aangezicht vertaal, weergeeft of niet. In de NBV is er een leesbare vertaling gekomen. Echter in Genesis 46: 30 keert het woord aangezicht terug (weer niet vertaald door NBV), wel in de Statenvertaling (SV) en in de NBG van 1951 en in de Naardense Bijbel door aanschijn. Jacob/Israël kan nu zeggen: Nu kan ik sterven, nadat ik uw aangezicht gezien heb, omdat gij nog leeft (NBG). In de NBV gaat dit helaas verloren. Is het woord aangezicht zo onbegrijpelijk geworden voor de huidige lezers en hoorders van de tekst? Moeten er dan ter wille van de moderne mens, dan dit woord maar niet meer klinken? Waarom mogen we ons niet verwonderen over dit ongebruikelijke woord en later dan de lijnen zien, die de verteller van Genesis trekt?



Vader/Raadsman in vers 8

Het woordje vader is een heel normaal woord, maar in het zinsverband van vers 8 lijkt het onlogisch. Jozef zegt tot zijn broers: Hij heeft mij gesteld tot Farao's vader en tot heer over geheel zijn huis en tot heerser over geheel Egypte. (NBG) Natuurlijk is Jozef niet de lijfelijke vader van de Farao, maar er wordt wel een verhouding getekend tussen Jozef en de Farao. De belangrijkste raadsman van de Farao, zo vertaalt het NBV het. Maar er is meer aan de hand. Een belangrijke raadsman kan ontslagen worden door de Farao als het hem niet meer zint, maar van een vader kan je niet zo gemakkelijk losmaken. Heeft de vertaler van het NBV niet aangedurfd, wat de SV en de NBG wel gedaan hebben: het woordje ab zoals gebruikelijk te vertalen met vader Waarom past de vertaler van het NBV hier censuur toe, of wil hij verklaren wat volgens hem de eigenlijke bedoeling van dit woord is? Acht hij de lezers zo dom?



Opgaan en afdalen in vers 9

het gaan naar Israël/naar Jeruzalem wordt in het Hebreeuws aangeduid met het woord àlah, te vertalen met opgaan, het gaan naar Egypte met het werkwoord jarad= afdalen. De terugkeer van de Joden naar Israël na de Sjoa duidden ze aan als alijah = opgang. Waarom wordt dit in de NBV vervlakt tot: ga terug en kom naar. Voor teruggaan heeft het Hebreeuws een ander woord sjub, voor het gaan kent het het woord halach en voor het woord komen gebruikt men het woord ba. Waarom blijft de vertaler niet dichterbij de Hebreeuwse tekst en waarom mogen we dat niet meemaken als hoorder en lezer? In het opgaan en afdalen zit een waardering van de schrijver over Kanaän en Egypte. Het kan in Egypte nog zo goed zijn voor Israël als Jozef daar heer is, maar het blijft het land van de dubbele angst (het Hebreeuwse woord Egypte Mitsrajim kan men vertalen met dubbele angst. Kanaän blijft het land, dat God als erfdeel aan de kinderen van Israël beloofd heeft.



Elke week als ik me voorbereid op de preek kom ik dit soort zaken tegen, waarin ik na lezing van de Hebreeuwse of Griekse grondtekst grote moeite heb met de NBV. Als de vraag gesteld wordt om de NBV te beproeven, dan is de vertaling voor mij inderdaad een beproeving. We worden te vaak op het verkeerde been gezet. De vertalers zitten in de weg om te begrijpen, waar het de schrijvers van de bijbelboeken over heeft. Te vaak ben ik teleurgesteld. Het vermoeit mij om steeds weer in de preek te zeggen: ja de NBV zegt wel dit, maar eigenlijk staat er dat of deze schrijver gebruikt bewust deze zinswending om ons op iets attent te maken, maar dat wordt in de vertaling niet goed weergegeven.



We gebruiken in onze diensten de Naardense Bijbelvertaling van ds Piet Oussoren. Deze vertaling is niet altijd gemakkelijk en zo af en toe ben ik het ook niet eens met hem, maar bij deze vertaling is wel het respect voor de eigenaardigheden van de schrijvers van de bijbel.