Kerk en Israël, een spanningsvolle verhouding
Actualiteit
De relatie van kerk en Israël staat de afgelopen weken weer vol in de aandacht.
Kerkinactie, de hulporganisatie van de Protestantse Kerk in Nederland trok zich na felle kritiek uit de achterban zich terug uit UCP (United Civilians for Peace, een beweging die zich "inzet voor een rechtvaardige en vreedzame oplossing van het Israëlisch-Palestijnse conflict conform het internationale recht." ) Kerkinactie trad uit de UCP, omdat die organisatie te veel de kant van de Palestijnen zou kiezen.
Als reactie op het zich terugtrekken van Kerkinactie uit de UCP trad ds. Wies Houweling af als lid van het Centraal Comité van de Wereldraad van Kerken.. "Ik moest in de krant lezen dat Kerkinactie daar uit was gestapt", zegt Houweling. "Tijdens vergaderingen van de Wereldraad heb ik veel contact met mensen van de Middle East Council of Churches. Als je dan opeens hoort dat je kerk uit UCP is gestapt, sta ik tegenover mijn buitenlandse gesprekspartners met mijn mond vol tanden." "Voor de Wereldraad is het Midden-Oosten een van de grote projecten voor de toekomst. Als Kerkinactie dan uit UCP stapt en zegt dat ze in eigen huis een andere richting op wil,vrees ik het ergste. Ik heb het gevoel dat hierbij de onopgeefbare band met Israël heel veel vertroebelt, als het gaat om het maken van analyses over het Midden-Oosten."
In Volzin, een oecumenisch opinieblad stelde hoofdredacteur Jan van Hooydonk: De onopgeefbare verbondenheid van de kerk met het volk Israël, zoals in de kerkorde van de Protestantse Kerk (PKN) staat, is een 'verwarrend en fout vertrekpunt' in debatten over het Midden-Oostenconflict ... De kerkorde-bepaling een 'gelovig a priori', die het debat over conflicten tussen Israël en de Palestijnen 'niet begunstigt'. ... "Supporters van de Israëlische politiek - of laten we zeggen: mensen die zich meer zorgen maken over het welzijn van Israël dan van de nog altijd niet bestaande Palestijnse staat - brengen deze stelling in het geweer om de kerk af te houden van kritische stellingname",
Visies van christenen op Israël
Welke visies leven onder christenen op Israël? Ik heb geprobeerd één en ander op een rijtje te zetten en heb niet de pretentie volledig te zijn. Een moeilijkheid in het geheel is de begripsverwarring, als we het over Israël hebben. Gaat het om het volk, of om de religieuze gemeenschap of om de staat? Staat Israël voor Joden zowel binnen als buiten Israël? Betreft het alleen maar Joden, die naar de synagoge gaan of ook om seculiere of zelfs a-theïstische Joden, die niets meer met de synagoge te maken willen hebben, of ook om Joden, die Boeddhist, Moslim of Christen zijn geworden?
Na de tweede wereldoorlog werden christenen geconfronteerd met twee feiten, waardoor ze gedwongen waren opnieuw te gaan nadenken over de verhouding van christenen tot Israël en de Joden.
Vervangingstheologie
Eeuwenlang beschouwde de kerk zich als het nieuwe Israël. Het oude Israël ??? de Joodse Godsdienst had in religieus opzicht afgedaan. De komst van Jezus Christus betekende een breuk. De kerk was in de plaats gekomen van Israël. Het was zaak om naast de heidenen (de mensen uit de volkeren, die nog christen zijn) ook Joden te bekeren. De beloften voor Israël werden vergeestelijkt en op de kerk van toepassing geacht. Deze visie is nog aanwezig in orthodoxe kringen.
Bevrijdingstheologie
Palestijnse christenen zijn geïnspireerd door de uit Latijns-Amerika afkomstige bevrijdingstheologie. De staat Israël kan volgens hen niet het beloofde vredesrijk belichamen. Het heeft zelfs deze aanspraak verloren door zijn rol als onderdrukker. De nieuwe staat Israël moet geboren worden door bevrijding uit de onderdrukking. Nu is het onderdrukte volk het Palestijnse. Het Palestijnse volk is het nieuwe Israël.
De kritiek op deze "Bevrijdingstheologie" is dat het een voortzetting is van de oude vervangingstheologie. Ze vindt veel aanhang bij de Wereldraad van Kerken.
De eindtijd-verwachting
De "eindtijd" is een begrip, dat gebruikt wordt om het laatste stuk van de huidige wereldgeschiedenis aan te duiden. In het christendom gaat het dan om de terugkeer van Christus op aarde, die met zijn uitverkorenen het duizendjarig vredesrijk met Jeruzalem als centrum zal regeren. Deze tijd wordt voorafgekondigd door oorlogen, ziekten, aardbevingen, natuurrampen en de toename van godsdienstig verval. Er zijn ook positieve tekenen, zoals de stichting van de staat Israël en de terugkeer van Joden naar het land Israël.
Bij deze visie zijn ook kanttekeningen te plaatsen. Ten eerste is er eigenlijk geen plaats voor het Palestijnse volk. Ten tweede wordt politiek en godsdienst sterk verbonden. De politiek van de staat Israël wordt vaak zonder reserves gesteund. Velen steunen zelfs de politiek van "Groot Israël". Ten derde is er geen oog voor het zelfverstaan van het Joodse volk en ook voor de bestaande Joodse visies op de staat Israël. Ten laatste het uiteindelijke doel van de aanhangers van de eindtijd-verwachting is de bekering van het Joodse volk tot Jezus Christus en het opgaan in de christelijke kerk.
Aanhangers deze visie op kerk en Israël treft men vooral aan bij Amerikaanse fundamentalistische groeperingen en in Nederland bij Christenen voor Israël.
De tweewegenleer
De tweewegenleer is afkomstig van de Duits-Joodse denker Franz Rosenzweig uit het begin van de twintigste eeuw.. In zijn "de ster van de verlossing" werkt hij dit uit. God gaat zijn weg afzonderlijk met kerk en Israël. Kerk en Israël zijn de twee gestalten van het ene Godsvolk. Elke gestalte gaat zijn eigen legitieme weg tot God. Het werk van Jezus Christus is de mensen uit de volkeren, de heidenen, tot God te brengen. Het ligt anders bij de Joden, want die zijn vol;gens Rosenzweig al bij God.
Deze tweewegenleer staat op gespannen voet met de reformatie, waarin gesteld wordt, dat men alleen door Christus tot God kan komen.
Kritiek op deze leer is, dat het leidt tot relativisme tussen Joden en Christenen en dat de spanning uit het gesprek tussen kerk en Israël wordt gehaald.
Verbondstheologie
Het "verbond" tussen God en zijn volk heeft in de Nederlandse kerken van gereformeerde signatuur een grote rol gespeeld. Onder volk werd vooral de leden (doop, belijdende en geboorteleden van hervormde ofwel van een der gereformeerde kerken of gemeenten) verstaan.
Na de Tweede Wereldoorlog en de stichting van de staat Israël is de Verbondstheologie opnieuw geformuleerd. Er kwam weer zicht op Israël.
In de nieuwe visie op het verbond gaat men uit, dat God trouw blijft aan zijn volk. God heeft dus niet met het volk Israël gebroken. In de stichting van de staat Israël zag men een teken van Gods trouw. De komst van Christus betekent de uitbreiding van Gods trouw aan Israël. Er zijn nu twee gestalten van het volk van God, namelijk Israël en de Kerk.
In deze visie is er ruimte gekomen voor het joodse volk en is er zicht op het zelfverstaan van Israël.
Verdere ontwikkelingen
De geschiedenis van Israël is minder uniek, dan men in het verleden dacht. De directe koppeling tussen theologische concepten met historische gebeurtenissen (zoals de stichting van de staat Israël) is losgelaten. Er is ook oog gekomen voor de positie van het Palestijnse volk. Gerechtigheid moet bevochten worden voor alle groepen.
Kerkorde Protestantse Kerk in Nederland
In de aanloop naar de vorming van de Protestantse Kerk in Nederland kwam de discussie over de verhouding tot het Israël ter sprake. Het uiteindelijke resultaat is, dat in het eerste artikel van de kerkorde gesteld wordt, dat de kerk deelt in de aan Israël geschonken verwachting, uitstrekt naar de komst van het Koninkrijk van God. In het artikel 7 wordt gesproken over de opdracht van de kerk om aan haar onopgeefbare verbondenheid met het volk Israël gestalte te geven.
Vragen bij het Israëlstandpunt van de kerk
In het diaconaat, via de Lutherse Wereldfederatie en de Wereldraad van Kerken en de vragen van de kerken van het Midden oosten wordt onze kerk geconfronteerd met het lijden van het Palestijnse volk. Vanuit deze contacten wordt ook vragen gesteld aan het artikel waarin de kerk stelt, dat ze "onopgeefbaar verbonden is met het volk Israël."
Verloochent de kerk niet haar opdracht om op te komen voor de zwakken? Moet de kerk niet oog hebben voor mensen, die rechteloos gemaakt zijn? Kan dat wel samen: onopgeefbare verbondenheid met het volk Israël aan de ene kant en het opkomen voor de zwakken, in dit geval de Palestijnen aan de andere kant.
Tegelijkertijd moet gezegd worden, dat verbondenheid toch niet betekent, dat we de ogen en oren sluiten voor het leed van de Palestijnen? Verbondenheid houdt niet in, dat we alles wat de staat Israël doet goed zullen keuren.
Terecht stelt de Protestantse Raad Kerk en Israël (PKN) in een handreiking "..., dat betekent niet dat we zonder meer achter de politiek van de staat Israël staan of de huidige staat vanzelfsprekend als de vervulling van de landbelofte uit het Oude Testament beschouwen."
Ik wil beiden niet opgeven: aan de ene zijde de onopgeefbare verbondenheid met Israël, het vele wat ik vanuit de gesprekken met Joodse vrienden geleerd heb, aan de andere kant kunnen en mogen we niet voorbijgaan aan het leed en de ontrechting van het Palestijnse volk. De kerk zal in die spanningsvolle relatie moeten leven. Ik betreur het, dat kerkinactie deze spanning niet heeft weten uit te houden door toch lid te blijven van de United Civilians for Peace.
A.C.Verwaal