`Lees maar, er staat niet wat er staat. `


'Lees maar, er staat niet wat er staat.' Een citaat uit het gedicht "Awater" van de dichter Martinu Nijhoff uit 1934.


Een verwarrende zin. Je zou verwachten: lees maar, er staat niet, wat u denkt dat er staat. Of: lees maar, er staat wat er staat.

Een citaat, uitgelicht uit een groter geheel:


"De schrijfmachine mijmert gekkepraat.

Lees maar, er staat niet wat er staat. Er staat:

'O moeder, nooit zult gij de bontjas dragen

waarvoor elk dubbeltje werd omgedraaid,

en niet meer ga ik op mijn vrije dagen

met een paar bloemen naar het hospitaal,

maar breng de rozen naar de Kerkhoflaan...'

Dit staat er, en Awater's strak gelaat

geeft roerloos zijn ontroering te verstaan....'


Lees maar, er staat niet wat er staat. Een groot deel van het werk van een theoloog is het zich buigen over teksten. Bijbelteksten, teksten uit de kerkgeschiedenis, teksten van liederen, gedichten. Ook in de contacten met mensen komt het erop aan om goed te luisteren, wat men zegt: in de gesprekken onder vier ogen, maar ook in de gesprekken in een groep. Niet alles wordt gezegd. Niet iedereen heeft de gave het woord om precies weer te geven, wat haar of hem bezig houdt. Ook het waarom van de uitlatingen zijn niet altijd helder. Je moet oefenen om te luisteren, oefenen om te lezen.


Een misverstand ontstaat snel. Soms heb je spijt over uitingen uit het verleden. Een te losse opmerking, een verkeerde uitspraak kan je hele leven nagedragen worden. Wat je zegt, kan ook verkeerd begrepen worden. Woorden gaan een eigen leven leiden, los van de spreker, krijgen een groter gewicht, dan de spreker ooit bedoeld heeft. Zolang je in leven bent, kan je nog proberen uitingen recht te zetten, je excuses aanbieden, erover in gesprek gaan, maar zodra je dood bent, moeten anderen je woordvoerder worden, je proberen te begrijpen, waarom je een bepaald iets zei en dat aan andere lezers en hoorders duidelijk maken.


Zolang iemand in leven is, kan men navragen, wat er bedoeld wordt. Zodra iemand gestorven is, heb je te maken met nagelaten teksten, die een eigen leven gaan leiden. Vooral lastig wordt het wanneer er een grote kloof in tijd en ruimte is. Het evangelie uit de eerste eeuw van onze jaartelling, gepreekt in een Joodse omgeving, lezen we met de ogen en oren van mensen in Europa uit de 21ste eeuw. We kunnen proberen zo dicht mogelijk bij de tekst te komen. Daarvoor is wel een geode vertaling nodig. We kunnen proberen de situatie, waarin het evangelie ontstond te verstaan. We kunnen proberen ook rekenschap te geven van onze verstaanskader (de westerse filosofie vanaf de vroegste kerk af).

Teksten kunnen een eigen leven gaan leiden. Dat kan soms ge- en misbruikt worden, zoals het geschrift van Luther 'over de Joden en hun leugens' uit 1543. wat Luther daar schrijft, wil ik niet waar hebben. Heeft hij dat inderdaad geschreven? Is dat dezelfde Luther, die ook gezegd (revolutionair in die tijd) heeft, dat Jezus Christus een geboren Jood is? Maar er staat, wat er staat. Natuurlijk moet men de achtergronden begrijpen, waarom hij dit gezegd heeft. Daarop gaat prof. dr. Boendermaker in in zijn hier ook opgenomen artikel. Het is terecht dat de Lutherse Wereld Federatie in 1984 van deze uitspraken van Luther afstand heeft genomen. Dit geschrift van Luther behoort tot de zwarte bladzijden van de geschiedenis van de reformator. Het neemt niet weg, dat we voor het vele goede, dat Luther ons leert, dankbaar zijn.

Dezelfde worsteling om uitspraken van voormannen en voorvrouwen van een beweging ziet men ook elders. Ik denk bijvoorbeeld aan de discussie, die ontstond naar aanleiding van rassistische uitspraken van Rudolf Steiner bij de antroposofen. Het verwonderd mij, dat overigens zo'n gesprek, voor zover ik kan nagaan nooit plaats gevonden heeft bij mensen, die de humanist Erasmus zo hoog houden. Over heel zijn werk tref je vele antisemitische uitspraken aan.


Lees maar, er staat niet wat er staat. Lezen is net zoals horen een kunst. Een kunst, die we ons steeds weer opnieuw moeten eigen maken.