Vals beeld van Luther in Trouw
In de katern Verdieping van het dagblad Trouw van 7 november j.l. was een artikel opgenomen met als titel 'Antisemiet stond aan wieg van Reformatie'. Hierin was een interview opgenomen met drs. R. Süss, die op grond van zijn onderzoek van een geschift van Luther op 10 november gepromoveerd is tot doktor in de Godgeleerdheid. Süss verwijt Luther, dat hij een van de gangmakers van het antisemitisme in Duitsland is en medeschuldig aan de Shoa.
Wat is het geval? In 1543 publiceerde Luther een schrijven "over de Joden en hun leugens", waarin hij verschrikkelijke uitspraken deed over de Joden.
Vanwege de eenzijdigheid van het artikel stuurde ik de volgende brief, die Trouw helaas niet publiceerde.
Süss beeld van Luther eenzijdig
Heeft René Süss bij zijn onderzoek naar het geschrift van Martin Luther, over de joden en hun leugens wel voldoende kennis genomen van het onderzoek in de laatste jaren over de verhouding van Luther tot de Joden?
Natuurlijk, Luther is op geen enkele manier te verontschuldigen over "Over de Joden en hun leugens." Ik kan Luther hierin niet verdedigen. Overigens ook de Lutherse Wereldfederatie heeft duidelijk afstand genomen van deze uitlatingen van Luther.
De woorden uit "Over de Joden..." zijn gebruikt en misbruikt door Julius Streicher, echter ze zijn wel uit de contekst gehaald, zoals ook nu René Süss deze woorden van Luther uit de contekst haalt door te stellen, dat Luther een antisemiet pur sang is en mede schuldig is voor al het antisemitisme, dat daarna de kop heeft opgestoken.
In 1997 schreef van Atten een artikel in Vrede over Israël in 1997 over Luther en Calvijn en de Joden. Van Atten plaatst één en ander in een juist perspectief. Hij stelt, dat bij Luther niets te vinden is van racistische haat en dat ook bij hem geen rassentheoriën te vinden zijn. "Alle woorden van Luther over de Joden, de positieve en de negatieve hebben te maken met zijn theologie, en het midden van zijn theologie is: de rechtvaardiging door het geloof alleen. Bij de verbreiding daarvan komt hij heel wat tegen: ketters, de tegenkerk, Turken (Luther bedoelde de Islam), 'wij ellendige christenen' , en ook: Joden."
René Süss is zijn onderzoek begonnen vanuit een vooringenomen standpunt, dat Luther een antisemiet is. Daarvoor heeft hij de bewijzen bij elkaar gehaald en dan is er veel te vinden. Maar het lijkt wel of hij geen kennis genomen heeft van recent wetenschappelijk onderzoek, waarin het beeld van Luther genuanceerd wordt.
Opvallend in het interview in Trouw vond ik het ontbreken van elke verwijzing naar het eerdere geschrift van Luther met als titel, dat Jezus een geboren jood is. Juist daar heeft Boendermaker me destijds in colleges op gewezen. Ik ben hem hier dankbaar voor. Aan het begin van de 16de eeuw was dit geluid van Luther ongehoord. Luther stelde niet alleen, dat Jezus Christus een mens was, maar ook nog een jood. Luther leefde zelf uit de hoop, dat hij door de vertaling van de bijbel en zijn Joden kon overtuigen, dat Jezus de Messias is.
A.C. Verwaal
Wat had Luther toch met het jodendom?
(artikel verschenen in Woord en Dienst, 2008, naar aanleiding over de discussie die ontstaan is over uitspraken van Luther aan het eind van zijn leven, met toestemming van Prof.Dr. J.P. Boendermaker becshikbaar gesteld voor onze website)
In mijn boekenkast staan een paar boeken achterstevoren, ik wil die titels niet steeds zien. Het betrof de door Duitse én Nederlandse nazi's nog weer eens publiek gemaakte antijoodse teksten van Luther. Zo begon destijds mijn artikel in Trouw over dit onderwerp. Toen was het nodig omdat er een boek was verschenen (H.Jansen, Christelijke theologie na Auschwitz, 1981) waarin alle anti-joodse uitlatingen uit de geschiedenis van het christendom verzameld waren. Nu moet het er weer over gaan, na de publicatie van het proefschrift van R.Süss over met name Luthers geschrift tegen de joden uit 1543. Een bespreking van dat boek door prof. Kirn, die ook elders daarover publiceerde, is te vinden in het Lutherbulletin 2007, zie verder ook al eerder een artikel van dr. Akerboom in Lutherbulletin 2, 1993.
Belangrijk was ook de Nederlandse uitgave van het eerder in Duitsland verschenen boek van H.A.Oberman ,Wortels van het antisemitisme, Kampen 1983. Hij zei mij dat hij dat eerst moest schrijven vóór hij aan zijn Lutherbiografie (Luther, Mensch zwischen Gott und Teufel, Berlin, 1982) begon. Een kortere studie van zijn hand, aangevuld met vele door mij vertaalde citaten, was te vinden in Bakker/Boendermaker, Luther na 500 jaar, Kampen 1983. Ook in het nieuwe Lutherboek " Hiebsch/van Wijngaarden, Martin Luther, zijn leven, zijn werk, Kampen 2007" komt het thema vanzelfsprekend aan de orde.
Allen die met Luthers theologie bezig zijn moeten ook door deze donkere tunnel heen en alleen al deze Nederlandse bloemlezing laat zien, dat zij zich allen afvragen, hoe het bij alle continuïteit ten aanzien van wat Luther als joodse theologie zag, toch tot zo'n praktijkomslag kon komen.
Verandering bij Luther?
Wie dat probeert te verklaren, krijgt vaak het verwijt te horen, dat men probeert zijn harde uitspraken te verontschuldigen. Ik wil dat niet horen. Proberen de aard en de oorzaak van die verandering te duiden is een wetenschappelijke plicht en een wij zijn het ook verschuldigd aan allen voor wie Luther nog steeds een gids is. Niet om hem te verdedigen - er valt niets aan te verdedigen en als lutheranen hebben we deze uitlatingen dan ook voluit afgewezen -, maar wel om te zien waar de wortels ervan liggen en of die ook uitgegraven zijn !
1523
In 1523 begon Luther aan een nieuwe reeks preken over de eerste boeken van de Bijbel. De aartsvaders schilderde hij af als voorgangers in het geloof . In datzelfde jaar verscheen van zijn hand een boek met de toen ongehoorde titel "Dat Jezus Christus een geboren jood is" . Dat besefte vrijwel niemand toen. Luther wel : 'de joden zijn de schaapstal, de heidenen zijn de vreemde schapen, dat zijn wij' en hij hoopt door dit nog eens te onderstrepen de christenen aan de echte menswording van Christus te herinneren en misschien zo ook enkele joden voor het Evangelie te winnen. De joden moeten dan wel toegang krijgen tot landbouw en ander werk, en men moet geduld oefenen.
Zijn doel is dus daar al duidelijk wat veel later 'Jodenzending'? heet en de algemene houding van de kerken was , ook ten onzent tot na 1945 . Luther keerde zich steeds tegen de gedachte, dat menselijke verdiensten iets kunnen bereiken bij God en hij heeft het idee dat dit ook een joodse opvatting is, want zij weten niet van de vervulling van de wet . Wel maakt hij een onderscheid: 'zij hadden tenminste een goddelijke wet, maar ónze joden, de paus met zijn papisten, zitten ons met louter menselijke wetten achterna'. Achter zulke uitspraken doemen dus steeds zijn pauselijke tegenstanders op, die hebben het Evangelie verduisterd; misschien kunnen ook joden er nu weer zicht op krijgen, hoopt hij..
Van bekeringsijver moeten joden niets hebben, toen niet en nu niet. Daarom is al in de vorige eeuw hier en elders voor de weg van dialoog en gesprek gekozen, hun Godsvertrouwen respecterend.
De Sabbath houden
In 1538 krijgt Luther een bericht , dat in Bohemen christenen de sabbath zijn gaan houden, overtuigd daarmee het bijbelse gebod op te volgen. Luther is zeer verontrust, hij vreest - vermoedelijk ten onrechte - invloed van rabbijnse zijde en wijst in een schrijven aan de christenen daar op wat in Galaten 5,1 staat ; 'laat u niet weer een slavenjuk opleggen'. Zijn argwaan is gewekt. Een ons onbekende reactie maakt dat niet beter.
Het laatste der tijden
In de laatste jaren van zijn leven is Luther opnieuw met het boek Genesis bezig, terwijl op zijn tafel ook een merkwaardige lijst ligt, waarin hij - net als anderen in die tijd - de hele wereldgeschiedenis in kaart probeert te brengen. Vooral die zoektocht overtuigt hem ervan, dat het einde der tijden heel nabij was.
Wat betekent dat voor de wereld? Angstig veel. Hij is ervan overtuigd, dat duivelse krachten zich juist tegen het eind zullen inspannen om de mensen van de waarheid weg te lokken. Luther ziet met zorg en angst, dat het Evangelie, zoals het nu wordt gepredikt wel door velen is herkend, maar ook door velen niet en zeker niet door de paus, ook daartegen gaat hij fel tekeer. En nu dreigt er ook nog gevaar van joodse zijde, meent hij. Hoopte hij aanvankelijk nog enkele van hen te winnen voor het Evangelie, nu vreest hij voor het omgekeerde. Dat leidt tot een hard geschrift dat de toch altijd al moeilijke positie van de joden verergert. Uitingen daarin staan dwars op zijn vroegere aansporing tot geduld en afkeer van dwang . Hij roept nu de overheid op om de joodse eredienst, ja ook hun normale bestaan onmogelijk te maken, haaks op wat hij in 1523 adviseerde. Ook al weet je van de eeuwen die ons van hem en zijn tijd scheiden , het is een schadelijk geschrift dat de joden als groep negatief afschildert en terugvalt in oude patronen. Het is door medestanders ook toen al betreurd en gelukkig weinig praktijk geworden. Inmiddels is er van lutherse zijde ook internationaal officieel radicaal afstand van genomen (Stockholm 1983).
Helaas konden zulke uitlatingen eeuwen later misbruikt worden door een misdadig antisemitisch regiem, al heeft dát antisemitisme wel een andere wortel: een racisme dat Luther niet kende, de grootste geloofsheiligen en de Evangelieschrijvers en Paulus waren immers alle joods? Dat hoort een basisgegeven van elke theologie te zijn en anders dan toen ook bepalend te zijn voor onze relatie met het huidige jodendom. .
En nu?
Gaat het in de huidige commotie wel alleen over Luther ? Wij zitten hier dicht bij het hart van het christelijk geloof, het gaat over kernzaken als incarnatie, verzoening, genade. Moet Paulus het dan ook niet ontgelden en eigenlijk ook het hele Nieuwe Testament? Gaat het die kant op? Dat hoeft niet en moet ook niet. .
Vertrouwend op het uiteindelijke oordeel van de God van verbond en belofte spreken wij met elkaar, met volledige erkenning van elkanders eigenheid, juist ook wat het geloof betreft. Dat kon in Luthers tijd en nog lang daarna (en daarvóór) niet . Het OJEC ("Overleg tussen joden en christenen" ) en alle ook internationale contacten waren en zijn voor alle deelnemers een leerschool!
Het is duidelijk dat de weg van deze respectvolle dialoog nu de verhouding tussen joden en christenen moet kenmerken. Als het gaat over kernpunten van het christelijk geloof, dan moet die discussie daarover gaan en niet indirect over de rug van Luther gevoerd worden. Wij kunnen de geschiedenis niet veranderen, maar wel nieuwe wegen zoeken, de bereidheid daartoe, ook van joodse zijde, ondanks alles, is een zegen.
J.P.Boendermaker