Maria Magdalena

Op mijn bureau liggen een aantal publicaties waarin Maria Magdalena een grote rol speelt.

Het betreft Hans Stolp, Maria Magdalena of het lot van de vrouw; Marianne Fredriksson, Volgens Maria Magdalena; Dan Brown, The Da Vinci Code en een lezing van Jacob Slavenburg over Maria Magdalena. Het zijn vrij recente uitgaven (1997 2004), die een andere blik op het ontstaan van het christendom willen creëren.

In 1895 werd in Cairo het evangelie van Maria Magdalena ontdekt . Het is een geschrift, dat gedateerd kan worden in de tweede eeuw van onze jaartelling. In dit niet in de kerkelijke canons opgenomen evangelie is Maria Magdalena in gesprek met de andere leerlingen over de betekenis van opstanding van Jezus Christus. We komen hier een andere boodschap tegen, dan we gewend zijn. Maria Magdalena komt als een belangrijke leerling naar voren in de discipelenkring.

Het evangelie van Maria Magdalena werd uitgegeven samen met andere geschriften, die in 1945 gevonden waren, de zogenaamde Nag Hammadi geschriften. In deze geschriften komt Maria Magdalena vaker naar voren.

Over Maria Magdalena wordt veel beweerd. Ze zou een hoer geweest zijn (zo wordt ze geschilderd in de kerkgeschiedenis), ze zou de geliefde en zelfs de vrouw van Jezus geweest zijn (de bovengenoemde vier schrijvers), ze zou moeder zijn van de kinderen van Jezus (Slavenburg, Brown), de leidster geweest zijn van de eerste christenheid (en niet Petrus, of Jacobus). Er worden vele verdachtmakingen geuit naar de kerk en er zijn speculaties over wat er in de vroege kerkgeschiedenis allemaal plaatsgevonden heeft. Volgens de schrijvers heeft de hiërarchie van de kerk deze informatie verdonkeremaand, de geschriften van Nag Hammadi uit de index geschrapt, de christenen die op deze manier geloofden als ketters bestempeld en vervolgd.

Er staat veel op het spel. Als de schrijvers gelijk zouden hebben, dan zou het geloof een totaal andere inhoud krijgen, zouden leerstellingen van de kerk herzien moeten worden en de geschiedenis van de kerk radicaal herschreven moeten worden. Voor mij een reden om de historische houdbaarheid van hun beweringen te onderzoeken.

Fredriksson

Aan het begin van haar roman Volgens Maria Magdalena geeft Marianne Frederiksson een verantwoording voor haar boek. Bij haar speelt de vraag: hoe werd de barmhartige Jezus, wiens voornaamste boodschap vergeving en barmhartigheid was, de veroordelende God. Hoe kon het dat de resolute manier waarop hij afstand nam van priesters en schriftgeleerden toch de basis legde voor een godsdienst van strakke regels, overheersing en hiërarchie? Het bracht haar op studie van theologie, godsdienstgeschiedenis, mythologie en Griekse filosofie.. ze begreep door de studie, dat tegenstrijdigheden in het christendom voortkomen uit het conflict tussen de joods-christelijke gemeenschap on Jeruzalem en de apostelen, die met hun boodschap de wereld van de heidenen in gingen. De christen-joden eisten de heidenen, dat ze eerst joods zouden worden inclusief de navolging van de wet en de besnijdenis. De strijd is volgens Fredriksson gewonnen door de missionarissen met Paulus voorop. De overwinnaars schreven de geschiedenis: de evangeliën met hun anti-joodse tendensen. In het evangelie van Maria Magdalena treft Frederiksson een vrij mens aan, die open stond voor andere meningen en geen vooroordelen had, die op de hoogte is van zowel het Joodse als het Griekse denken.

Marianne Fredriksson heeft voor haar boek volop en vrijelijk gebruik gemaakt van Het evangelie naar Maria. Fredriksson is een auteur, die haar lezers weet te boeien. Ze slaagt erin mensen van vlees en bloed te tekenen. Fredriksson verwerkt de geschiedenis naar eigen inzicht. De schrijfster schildert een liefdesrelatie tussen Maria en Jezus. Volgens haar bestond er een hele bijzondere band tussen hen beiden, die door de andere, mannelijke leerlingen van Jezus met lede ogen werd aangezien.

Het is goed te realiseren, dat het evangelie van Maria later geschreven is dan de vier door de kerken aanvaarde evangeliën. Algemeen worden door de bijbelgeleerden de evangeliën gedateerd tussen 70 en 95 na Christus. Het evangelie van Maria van Magdalena uit het begin van de tweede eeuw. De schrijfster kan dus niet Maria Magdalena zelf geweest zijn. Heeft zij leerlingen gehad, net als Jezus en Paulus?

Stolp

Hans Stolp ziet het christendom, zoals dat in het evangelie van Maria Magdalena voorkomt als een variant van de mysteriecultussen. Maria Magdalena is een inwijdeling, die de hoogste trede van de inwijding bereikt heeft. Hij beschrijft dit aan de hand van de Mithrascultus. Maria Magdalena heeft deze inwijding ontvangen, die haar tot gezellin van Jezus maakte. Natuurlijk is het een goed recht van Stolp om het christendom als een mysteriecultus te beschouwen. Maar het is één interpretatie naast andere interpretaties. Vanuit deze vooronderstelling herleest Stolp de berichten over Maria Magdalena in de evangelies van Marcus, Mattheüs, Lucas en Johannes en komt dan tot de conclusie, dat heel wat stof verdonkeremaand is. In zijn ogen heeft de orthodoxe stroming doelbewust de gnostische boodschap van Jezus Christus uit willen schakelen. Volgens Stolp is de norm de gnostieke stroming van het christendom.

Echter het christendom is als een joodse sekte begonnen. Pas in de omgeving van de volkeren, los van de joodse wortels kon een gnostieke variant van het christendom ontstaan naast de andere stromingen.

Dan Brown

Het boek van Dan Brown, de Da Vinci code heeft veel stof doen opwaaien. Hij leidt de roman in met een dankbetuiging aan verschillende personen en instanties. Er is, zo stelt hij veel research voorafgegaan aan zijn roman. Zo suggereert Dan Brown dat zijn roman historisch betrouwbaar is. Voor het verhaal begint noemt hij twee feiten. Het eerste feit, dat hij noemt is de priorij van Sion, een organisatie, dat in 1099 gesticht is, en waar van documenten in de Bibliothèque nationale in Parijs las Les Dossiers secrets te vinden zijn. Als tweede feit noemt hij de lekenbeweging Opus Dei, waaraan hij hersenspoeling, dwang en andere immorele praktijken toeschrijft. Ik wil me beperken tot het feit van de priorij van Sion.

Uit documenten van de Priorij van Sion zou blijken, dat Jezus van Nazareth en Maria Magdalena getrouwd waren en een kind hadden. Brown suggereert dat ze volgens de Priorij van Sion geen partners in een gewoon huwelijk zouden zijn geweest, maar partners in een heilig huwelijk, gesloten tijdens een zalvingsritueel dat destijds bekend was in de Hellenistische wereld. Maria Magdalena zou daarbij het vrouwelijke goddelijke vertegenwoordigd hebben of anders gezegd gefungeerd hebben als priesteres van de Godin, die Jezus zalfde als toekomstige koning. In een vruchtbaarheidsrite zouden ze één zijn geworden en heelheid hebben bereikt.

De Rooms Katholieke kerk zou Maria Magdalena met opzet als prostitué hebben afgeschilderd om daarmee haar rol als priesteres van de Godin te verdonkeremanen. Haar invloed moest teniet gedaan worden ten gunste van Petrus, terwijl volgens de oude documenten van de priorij van Sion Jezus niet Petrus, maar juist Maria Magdalena als opvolger zou hebben aangewezen. Door Petrus zou de ascetische en androcentrische kerk ontstaan zijn, die vrouwen het zwijgen opgelegd heeft en vrouwenzaken nooit heeft behartigd.

In hoeverre berust het als "feit" gepresenteerde Prioij van Sion op waarheid. In een encyclopedie trof ik het volgende aan: De Priorij van Sion is in 1956 door de Fransman Pierre Plantard in het leven geroepen 'geheim' genootschap. Plantard bedacht een fictieve geschiedenis volgens welke deze Priorij al sinds de Middeleeuwen bestond. De organisatie zou onder leiding van roemruchte 'grootmeesters' als Leonardo da Vinci en Isaac Newton eeuwenlang in het geheim hebben geijverd om de dynastieke rechten van de Merovingen veilig te stellen. Plantard meende dat hij zelf een rechtstreekse afstammeling van deze Merovingen- ja zelfs van Jezus Christus -was en daarmee recht had op de titel Koning van Frankrijk.

Nadat Plantard jarenlang vergeefs publiciteit voor zijn dynastieke claims had gezocht, hielp de schrijver Gérard de Sède hem aan een breder publiek. In de boekjes Le Trésor Maudit (1967) en l'Or de Rennes (1968) combineert De Sède Plantards claims met schatgraversverhalen die in de jaren 1950 door een hotelier waren bedacht om toeristen naar zijn hotel in Rennes-le Chateau te lokken. De boekjes bevatten tevens door Plantard gefabriceerde valse documenten en enkele schatkaarten. In Frankrijk waren de avontuurlijke boekjes succesvol genoeg om ruzie tussen de drie bedenkers te veroorzaken over de verdeling van de royalty's. De drie uitten beschuldigingen over en weer waarbij het voor de Franse pers al snel duidelijk werd dat het hele project een practical joke was geweest. Alleen de betrokkenheid van Plantard was verontrustender. Die liet voortdurend nieuwe documenten registreren waaruit de geldigheid van zijn claims moest blijken. De kranten besteedden enige tijd aandacht aan de zonderlinge troonpretendent.

In 1969 maakte BBC-programmamaker Henry Lincoln tijdens een vakantie in Frankrijk kennis met Le Tresor Maudit. Hij maakte enkele documentaires over het onderwerp en schreef er samen met twee anderen een boek over: Holy Blood- Holy Grail (1983), dat een internationale bestseller werd.

Het succes van Holy Blood - Holy Grail inspireerde een stortvloed aan verwante publicaties. Uitgevers boden grote voorschotten om de speurzin van amateur-historici en aspirant-schatgravers aan te wakkeren en er werden dan ook talloze nieuwe schokkende "ontdekkingen" gedaan. In The Templar Revelation (1997) bijvoorbeeld, stelden Lynn Picknett en Clive Prince dat Leonardo da Vinci op de fresco Het laatste avondmaal Maria Magdalena naast Jezus heeft afgebeeld.

Dan Brown verwerkte de gegevens uit Holy Blood - Holy Grail en verwante werken in 2003 in een internationale bestseller: de thriller de Da Vinci Code.

Plantard heeft het succes van De Da Vinci Code zelf niet meer meegemaakt. Hij overleed in 2000 nadat hij sinds 1993 noodgedwongen over zijn Priorij had gezwegen. In dat jaar bood hij zich aan als getuige in het justitieel onderzoek naar de vermeende corruptie van de zakenman R.P Pelat. Deze Pelat was volgens Plantards getuigenis óók enige tijd grootmeester van de Priorij van Sion geweest. Er werd een huiszoeking bij Plantard verricht waarbij allerhande documenten werden aangetroffen die zijn aanspraken op de Franse troon zouden moeten onderschrijven. Tijdens langdurige verhoren door een Franse rechter verklaarde Plantard uiteindelijk onder ede dat hij alle verhalen over de Priorij uit zijn duim had gezogen en dat de documenten door hemzelf waren vervaardigd. De rechter gaf hem de dringende waarschuwing om het Franse justitie-apparaat nooit meer met zijn verzinsels lastig te vallen.

Slavenburg

Als laatste wil ik nog wat aandacht besteden aan Jacob Slavenburg. Met Wim Glaudemans verzorgde Jacob Slavenburg de vertaling van de Nag Hammadigeschriften in het Nederlands. Aan het begin van zijn lezing is het allemaal heel lezenswaardig en redelijk historisch betrouwbaar, wat Slavenburg over Maria Magdalena ter berde brengt. Maar op een zeker moment diskwalificeert hij de evangeliën en de handelingen der apostelen.

Om Maria Magdalena iets beter te begrijpen is het eigenlijk heel interessant om te zien wat zich nu afspeelde in dat hele vroege christendom, de tijd van Jezus en de tijd daar direct na. Dan zult u zeggen, ja dat weten we toch, dat staat in het NT. Nee, lieve mensen, dat staat niet in het NT. Weliswaar verteld Handelingen iets over de tijd na Jezus, maar dat is een zeer beperkt verhaal. Daarin spreekt de schrijver ervan, Lucas, ook regelmatig Paulus, tegen als zij het over een zelfde gebeurtenis hebben. De Handelingen zijn geschreven rond 90 na Chr., ongeveer een jaar of 60 na de dood van Jezus en dus een jaar of 50 na de bloeitijd van de Jeruzalemse gemeente.
En toch is dat niet de meest betrouwbare informatie die wij hebben. Wij hebben over dat vroege Christendom hele andere informatie en dat is eigenlijk nog niet zo lang. Doordat er in 1945 bij Nag Hammadi een bijzondere vondst werd gedaan hebben wij ook wat meer interesse in de bijbelwetenschap gekregen.

Ik betwijfel of we een beter inzicht hebben gekregen in de figuur van Maria Magdalena dankzij dit evangelie van Maria Magdalena. Op één punt heeft Slavenburg gelijk. De evangeliën en ook Handelingen der Apostelen zijn geen historisch betrouwbaar verslagen van wat er in het leven van Jezus en in de eerste gemeente plaats gevonden heeft. Deze geschiften hebben in de eerste plaats een liturgische functie. Ze zullen voorgelezen worden in de bijeenkomst van de gemeente. Om daarmee te concluderen, dat het het evangelie van Maria Magdalena betrouwbaarder is, gaat mij echter te ver. Ik zou willen stellen, dat ook het evangelie van Maria Magdalene geen historisch betrouwbare feiten geeft, dit evangelie is net zo gekleurd door de bedoelingen, die de schrijver(s) heeft/hebben. Het evangelie van Maria Magdalena is een stem uit de tweede eeuw na Christus naast andere stemmen. De evangeliën en de Handelingen als onbetrouwbaar te kwalificeren en indirect de Nag Hammadigeschriften als betrouwbaar getuigt van een vooringenomenheid van de historicus Slavenburg.

Een tweede vooringenomen veronderstelling van Slavenburg is dat hij het joden-christendom gelijk stelt met het gnostische christendom. Hij komt met als bewijs, dat Jezus Maria Magdalena van zeven demonen bevrijd had . Deze bevrijding van de zeven demonen stelt Slavenburg gelijk aan de inwijdingsweg. Zo zet Jacob Slavenburg het christendom op één lijn met andere religies en beschouwt het als een inwijdingsreligie.

Als laatste bewijs grijpt Slavenburg terug op een voor een historicus heel merkwaardige bron namelijk een helderziende Maria van Hillen, die doorgevingen zou hebben van Jezus. We komen hier op het terrein van de (para)psychologie. Dit kan niet als historisch bewijs dienen.

Bij wijze van conclusie

De historische bewijsvoering van de vier genoemde acteurs vind ik buitengewoon zwak. Er wordt veel verondersteld en gesuggereerd. De bewijzen zijn zwak. Ik kan genieten van verhalen als van Fredriksson en Brown, maar het is allemaal fictie, geen feit.

Er zou over Maria Magdalena meer te zeggen zijn. Interessant vind ik de promotie van Esther de Boer over Maria Magdalena, die gelijk stelt, dat het evangelie van Maria Magdalena ten onrechte tegelijkertijd met de gnostische geschriften van Nag Hammadi uitgegeven. Ds Wursten uit Antwerpen heeft op internet een informatief artikel geschreven over Maria Magdalena, waarin hij laat zien hoe in de traditie verschillende figuren tot de West Europese Maria Magdalena gevormd werd.

A.C.Verwaal