Op weg naar Pasen


Op 27 januari werd herdacht, dat het concentratiekamp Auschwitz 64 jaar geleden bevrijd werd. Enkel duizenden overleefden de hel. In Auschwitz zelf zijn er enkele honderdduizenden, voornamelijk Joden, vergast.

Het is haast niet voor te stellen, dat dit plaatsgevonden heeft.

Schrijnend is dan in deze dagen de ontkenning van de holocaust door de Engelse bisschop Williamson.

Voor ons is er de herinnering. Ons geweten laat ons niet los. Hoe is zo'n kwaad mogelijk? Tot wat voor afschuwelijk daden zijn de mensen toe in staat en vooral de bange vraag blijft: kan zo iets nog ooit gebeuren?

Soms komt het systematisch uitroeien van bevolkingsgroepen akelig dichtbij. Van de vele slachtpartijen in Joegoslavië onthouden we vooral het gebeuren te Srebrenica ??? onder de ogen van Nederlandse militairen werden volwassen mannen afgevoerd, die later koelbloedig vermoord werden. We herinneren de slachtingen door de Hutu's op de Tutsi's.

Wat echter in Auschwitz en de andere Duitse vernietigingskampen gebeurde is echter onvergelijkbaar. Op bureaucratisch-efficiënte wijze werden overal uit Europa Joden naar de kampen gestuurd om daar Europa zo als dat genoemd werd te verlossen van het Jodenprobleem.


Hoe zit het nu bij ons?


In de kalender van de kerk hebben we twee "paarse" periodes van boete, de vier weken van advent en de veertigdagentijd. In deze perioden worden we vooral gewezen op de donkere en kwade hoeken van ons hart. Wij worden opgeroepen om ons bewust te zijn van het sluipende kwaad dat in elk mens en ook in ons huist. De boodschap luidt: Keer u af van het kwade of van die mysterieuze macht van het kwade.

Kwaad dat met woord en daad of door het nalaten goed te doen een mens aanvreet in zijn geluk en welzijn en het leven van een ander verwoesten kan.

In onze wereld en ons land lijkt dat kwaad in de vorm onverdraagzaamheid en blinde agressiviteit steeds meer ruimte te krijgen. In weinig jaren is ons land van een multiculturele verdraagzame samenleving veranderd in een samenleving, waarin met wantrouwen gekeken wordt naar vooral de Moslims. De wereld en ons land lijken meer geplaagd te worden door on-verdraagzaamheid en blinde agressiviteit. Op ieder van ons rust een eigen en grote verantwoordelijkheid.

Is het grote goed van het geluk en de vrijheid van elk individu niet te ver doorgeschoten? Heeft ons eigen belang de deuren voor de ander niet stilaan gesloten? Kijken wij niet verzuurd en onverdraagzaam op als ons knus eigen wereldje bedreigd wordt door de vragende ogen van een ander? Mensen met grootse idealen werken onverdraagzaamheid in de hand ten opzichte van andersdenkenden.


Als we zo doorgaan...

Juist in de veertig dagen tijd kunnen en mogen we in het licht van het evangelie nadenken, wat er dan gebeurt als we zo doorgaan. Wat zal onze houding zijn? Vooral de profetie van Joël heeft mij aangesproken. De profetie van Joël is een van de klassieke lezingen voor de Aswoensdag. Natuurlijk de situatie is totaal anders. We herkennen ons niet in de noodsituatie, die Joël tekent, want is er toch geen sprake van een crisissituatie bij ons.


Die lezing uit Joël is nogal een dramatisch. Daarvoor heeft Joël zijn hoorders de schrik op het lijf gejaagd door in felle apocalyptische kleuren te spreken over de dag van de Eeuwige.

Hij brengt een besef bij van een naderende ondergang. Als jullie zo doorgaan, dan moet het wel misgaan. Deze naderende ondergang is te wijten als straf op een leven onder de menselijke maat. Als zo de schrik in het lijf zit, volgt ??? en dat gedeelte hebben wij vandaag gehoord een oproep om om te keren en tot inkeer.


Bekeert u, zo klinkt het bij Joël

tot Mij met uw ganse hart,

en met vasten

en met geween

en met rouwklacht.

Scheurt uw hart

en niet uw klederen

en bekeert u tot de Here, uw God.


Als gemeente lezen we, dat gedeelte van Joël met zijn oproep tot inkeer en omkeer aan het begin van de veertigdagentijd. Er is een kans om de crisis te overleven.

De veertigdagentijd ??? vastentijd bij de katholieken. En vasten vullen we dan vooral in als het afzien van eten, drinken e.d. We kennen allemaal de verhalen van het vastentrommeltje, dat katholieken hadden om hun snoep op te bergen in deze weken. Maar het Nederlandse woord vasten heeft meer met vasthouden te maken, dan met afzien. Vasthouden dat wil zeggen het vasthouden van regels, van een stijl.


De vastentijd is een gelegenheid tot voorbereiding op het Paasfeest. In veertig dagen tijd gaat men mee op de pelgrimsreis van Jezus naar Jeruzalem, gaat men tegelijkertijd mee met de pelgrimsreis van Israël vanuit Egypte door de woestijn naar het land van belofte, een land van melk en honing. Onze ogen zijn gericht naar Jeruzalem, het midden van de wereld, maar ook het midden van de tijd, nl. Jeruzalem is de stad waar het beslissende gebeurd is.


Dat vasthouden is het vasthouden aan dat midden van de tijd en de wereld, het vasthouden aan het Pascha van Jezus Messias. Daar gaat het om in de vastentijd, het vasthouden daaraan geeft ons kracht welbewust in het leven te staan, beslissingen te nemen en keuzes te maken

Dat deze tijd van concentratie op het Messiaanse midden daarmee ook een tijd van onthouding, van ontzegging en ascese is, komt op de tweede plaats. Het gaat allereerst om vasthouden van wat er in Jeruzalem gebeurd is, om het geheim van ons leven: het Messiaanse Pascha. Pas daarna en dat volgend gaat het om de ingetogenheid als stijl van leven.


Dat we in de komende tijd weer dat wezenlijke ontdekken, dat geheim van ons bestaan, het geheim van de wereld, waar mensen als zusters en broeders in vrede samenwonen.


A.C.Verwaal