Vanzelfsprekend, onvanzelfsprekend
"Ik zou niet in een wereld zonder kathedralen willen leven. Ik heb hun schoonheid en verhevenheid nodig. Ik heb ze nodig tegen de alledaagse werkelijkheid van de wereld. Ik wil opzien naar de oplichtende kerkramen en me laten verblinden door de onaardse kleuren. Ik heb hun glans nodig. Ik heb hem nodig tegen de smerige eenheidskleur van de Uniformen. Ik wil me laten omhullen door de doordringende koelte van de kerken. Ik heb hun voorgeschreven zwijgen nodig. Ik heb het nodig tegen het geestloze gebrul van de kazernes en het geestrijke gekeuvel van de meelopers. Ik wil de ruizende klank van orgels horen, deze overstroming van bovenaardse tonen. Ik heb het nodig tegen het schrille belachelijke geluid van marsmuziek. Ik houd van biddende mensen. Ik wil ze zien. Ik heb het nodig tegen het snode gif van het oppervlakkige en gedachteloze. Ik wil de machtige woorden van de bijbel lezen. Ik heb de onwerkelijke kracht van haar poëzie nodig. Ik heb het nodig tegen de verwaarlozing van de taal en de dictatuur van de slogans. Een wereld zonder deze zaken zou een wereld zijn, waarin ik niet zou willen wonen." (Paul Mercier, Nachtzug nach Lissabon, München 2006)
Vanzelfsprekend
Het was alsof ik in een andere wereld terechtgekomen was. Onze vakantie brachten we door op het eiland Gozo, een van de eilanden van de republiek malta. Een eiland vol grote en machtige kerken. 98% van de bevolking is Rooms-katholiek. Ook is er nog een Anglicaanse kerk in Valletta, de hoofdstad van Malta. De aanwezigheid van het katholicisme doortrekt het leven van alle dag. De kerkklokken, de processies die door de starten trekken met de beelden uit de kerken, de overweldigende grootheid van de kerkgebouwen, een religieuze tv-zender, die 24 uur per dag in de lucht is, waarin verslag wordt gedaan van allerlei religieuze evenementen, waar vele gesprekken plaatsvinden tussen priesters en leken, de biechtstoelen nog volop in gebruik. Per kerkgebouw zijn er vijf priesters werkzaam. Op de zaterdagavonden, zondagen en ook door de week zijn er vele diensten. Sommigen beginnen echt zeer vroeg (vijf uur in de morgen).
In het dorp Xewkija werd in de vijftiger jaren de kerk van Johannes de Doper te klein. Lokale metselaars en andere ambachtslieden richten een nieuwe kerk op met de derde grote koepel van de wereld ( de St Pauls in Londen en de St Pieter in Rome zijn groter), die in 1971 voltooid werd.
Vaak constateer ik bij mezelf een heimwee naar de vanzelfsprekendheid van het religieuze leven van de vijftiger en zestiger jaren. Ik herinner mij de volle kerken, het gemak, waar je over het geloof kon praten, er gebeurde van alles in de kerken. In de zestiger jaren ging ik samen met een vriend naar allerlei diensten van verschillende kerkgenootschappen. Bij de katholieken nam ik, alhoewel nog geen belijdenis gedaan hebbend deel aan de eucharistie. Die openheid was er.
Heb ik niet een te rooskleurig beeld van de religieuze situatie in de vijftiger jaren? Ik groeide op in een religieus gezin. De christelijke school, de zondagsschool waren vanzelfsprekend. Aan tafel werd gebeden en de bijbel gelezen en er werd over vele religieuze onderwerpen gesproken, ook met onbekenden. Dat zal mijn wereldbeeld zeker ook bepaald hebben.
Onvanzelfsprekend
Het christelijk geloof is onvanzelfsprekend geworden. De aangename rust van de zondag in vele binnensteden is verdwenen door de koopzondagen. Het klokgelui van kerken roept protest op. Het beroep op bijbel wordt afgedaan als 'dwingelandij' (NRC in commentaar over embryoselectie). Naar aanleiding daarvan becommentarieert de historicus James Kennedy (Universiteit van Amsterdam): Die felheid lijkt voort te komen uit angst dat 'zij'zullen zegevieren. Maar de orthodox-protestanten zijn slechts een kleine minderheid in Nederland, de macht van de traditionele christelijke moraal is voorgoed gebroken. (NRC 22 augustus 2008). Verderop in het interview met Jaco Alberts stelt hij op de opmerking van de interviewer: ???Er is in Nederland een meerderheid ontstaan die minderheden haar wil probeert op te leggen, is uw stelling.??? ???Ja. Het voordeel van de verzuilingsperiode was dat Nederland een land van minderheden was. Die volksdelen konden niet van elkaar eisen, dat de ander zich moest aanpassen. In de jaren negentig ontstond er een dominante cultuur: liberaal, seculier, blank. Het leek het 'einde van de geschiedenis'. In het huidige decennium klinkt vanuit de meerderheid: het is dan misschien toch niet het einde van de geschiedenis geworden, maar jullie moeten je wel aan ons aanpassen.???
In de dominante liberale, seculiere en blanke cultuur is het christen-zijn onvanzelfsprekend geworden. Dat hoeft geen ramp te zijn. De onvanzelfsprekendheid behoort tot de kenmerken van het christen-zijn. Dat is voortreffelijk verwoord door Jan Wit in zijn lied: Door de wereld gaat een woord. In het refrein van het lied dicht hij: Here God, wij zijn vervreemden, door te luisteren naar uw stem. Breng ons saam met uw ontheemden naar het nieuw Jeruzalem.
De bijbel spreekt over het breken met de vanzelfsprekendheden van de culturen. Abraham en sara braken met Oer der Chaldeeën, de Hebreeërs trokken uit Egypte, in de ballingschap pasten de meeste Joden zich niet aan aan de omringende cultuur.
Kunnen we als gemeente geen eiland zijn tussen al die vanzelfsprekendheden van onze tijd?
ds. A.C.Verwaal