Goede Vrijdag, 2 april 2010

de passie lezen: een aangrijpend verhaal, waartoe Lucas ons uitnodigt om Jezus te volgen. We zullen dit verhaal afwisselen met het zingen van Zingend Geloven 1: 46

lezingen: Hosea 6: 1, - 6, Exodus 12: 21 - 33, Lucas 22: 40 - 23: 56

zingen: Gezang 174, Psalm 140: 1, 2, 8, Zingend Geloven 1: 46


Pasen - Pesach

Slacht het Paasoffer, strijk het bloed op de deurposten en op de bovendorpel. Blijf in huis, de Eeuwige zal oversteken in Egypte en waar hij het bloed ziet, zal hij het huis passeren en de verderver geen kans geven. En dat woord passeren heeft te maken met Pasen.

Een verschrikkelijke nacht voor de Egyptenaren kondigt Mozes aan en we hebben gehoord, dat dit ook werkelijk gebeurd is.

Een verschrikkelijke nacht, niet alleen in Egypte, maar ook in Jeruzalem, waarover Lucas schrijft.


Pasen wordt gevierd: de bevrijding uit het land van dubbele benauwenis. Pasen in Jeruzalem, maar in niets lijkt Jeruzalem op het Jeruzalem, zoals daarover in de psalmen gezongen wordt. Het lijkt eerder op dat land Egypte, waarover het boek Exodus vertelt. Een stad van terreur, een stad, waarin een onschuldige moet hangen en de schuldige vrij komt.

Als je het verhaal uit Exodus vergelijkt met Lucas, lijkt wel het omgekeerde plaats te vinden. Nu sterft niet de kinderen van de boosdoeners, niet de farao, maar degen tot wie uit de hemel gezegd is: Jij bent mijn zoon. Niet Egypte hangt, maar Israël.


We lezen het evangelie van Lucas. Het evangelie van het lijden en sterven van Jezus.

Vanavond zullen wij horen hoe Jezus de weg gaat naar het kruis.


Het begint met de overlevering van Jezus door Judas, een vriend, die met een kus Jezus overlevert in handen van de mensen. We horen hoe de leerlingen van Jezus hem nog proberen te verdedigen met een zwaard, een oor afslaat van de slaaf van de hogepriester, we horen niet hoe de andere leerlingen Jezus in de steek laten, maar wel over Petrus die hem eerst volgt, maar dan driemaal ontkent Jezus te kennen, terwijl hij enkele uren eerder gezegd had met Jezus gevangenis en dood te zullen ingaan.



Wat is het dat Jezus naar het kruis bracht?

In het gehele gedeelte, dat we dadelijk lezen, horen we in vragen, in beschuldigingen en spot wie Jezus is.

Het begint met de knechten van de tempelelite. Ze sarren terwijl ze een doek over het hoofd Jezus geworpen te hebben door hem te slaan en te vragen: profeteer wie je geslagen heeft. - Jezus de profeet. En dan komt het verhoor. Bent u de Christus. Wordt aan Jezus gevraagd. Als ik het u zegt, geloven jullie me toch niet. En dan spreekt Jezus over de zoon van de mens, die aan de rechterhand van God gezeten is. Daaruit wordt door de elite van de tempel geconcludeerd, dat hij zich zelf als zoon van God beschouwd.


Daarna gaan ze naar Pilatus: de beschuldiging tegen Jezus luidt: hij verleidt het volk om geen belasting te betalen. Hij zegt zelf, dat hij de Christus, de koning is. Ben jij de koning der Joden vraagt Pilatus dan. U zegt het zelf, antwoordt Jezus. Omdat Jezus uit Galilea komt stuurt Pilatus hem naar koning Herodes, die ook in de stad aanwezig is, die hem in een koningsmantel terug naar Pilatus stuurt. Voor Pilatus, die waarschijnlijk Jezus als een ongevaarlijke clown beschouwt is de beschuldiging, dat Jezus zichzelf als koning beschouwt, onvoldoende om hem te veroordelen. Maar onder druk van de tempel elite geeft hij Jezus over om gekruisigd te worden.


Ook bij het kruis krijgen we in spot te horen wie Jezus is: anderen heeft hij gered laat hij zich zelf redden. Hij is toch de Christus de uitverkorene Gods. En op het kruis lezen we: koning der Joden. Een van de misdadigers spot Jezus: als u de Christus bent, red uzelf en ons.

In vragen, beschuldigingen en spot krijgen we achtereenvolgens te horen wie Jezus is: Jezus, de Galileeër is profeet, is e Christus, is zoon van de mens, is zoon van God, is koning der Joden, is redder of bevrijder.


Wat Jezus aan het kruis brengt is, volgens de mensen van de tempel, dat hij zichzelf als zoon van God beschouwt. (Jezus zelf heeft dat zichzelf niet aangematigd). Maar die mensen van de tempel begrijpen, dat dit te weinig is om Pilatus te overtuigen. Daarom maken ze het een politieke zaak van. ze beschuldigen, dat Jezus opgeroepen heeft om te weigeren belasting te betalen aan de Romeinse overheid en ook, dat hij zich als koning der Joden wil opwerpen. Pilatus neemt de aanklacht niet serieus. Hij treft zelfs geen schuld in Jezus, en schuift het door naar koning Herodes. Het liefst laat hij Jezus weer gaan. Hij vraagt verschillende malen: Wat heeft deze dan toch voor kwaad gedaan? Ik heb niets in Hem gevonden, waarop de doodstraf staat. Ik zal Hem dus kastijden en dan loslaten!

Maar de priesters, de oversten en het volk willen hem gekruisigd hebben. Uiteindelijk gaat Pilatus overstag en beslist dan dat dit zal gebeuren.

Ook een van de misdadigers die tegelijkertijd met Jezus gekruisigd worden, zegt, dat Jezus niets kwaads op zijn geweten heeft, terwijl ze zelf terecht gevonnist zijn.

De hogepriesters, de oudsten en het volk eisen de kruisiging. Het lijkt wel of het gehele joodse volk de dood van Jezus wil, maar toch past hierbij ook van uit het evangelie van Lucas een kanttekening. Ook Pilatus draagt schuld, omdat hij weet, dat het ten onrechte is dat Jezus gekruisigd wordt.

Niet het gehele joodse volk heeft de dood van Jezus geëist. Zodra Jezus de kruisweg gaat, zodra de soldaten van Pilatus Jezus pressen op weg te gaan, krijgt hij gelijk navolging. Simon van Cyrene moet achter Jezus het kruis dragen, en vervolgens spreekt Lucas over een menigte van volk en vrouwen uit Jeruzalem, die rouwen en weeklagen, die zo hun solidariteit met Jezus tonen. En als Jezus gestorven is, zijn er mensen, die inzien wat er gebeurd is. De honderdman, die zegt: dit was een rechtvaardige, en is er de schare van mensen, die zich beginnen op de borst te slaan. En dat op de borst slaan is teken van berouw, het begin van ommekeer. En dan nog de bekenden en de vrouwen, die van verre staan en getuige zijn geworden van Jezus weg ten leven.


Jezus ondergaat de kruisiging. Op grond van een valse beschuldiging wordt hij gekruisigd. Terwijl Pilatus weet, dat hij ten onrechte Jezus de dood inzendt. Er kan gesproken worden over onschuldig bloed dat vloeit, over schuld. Men kan met de vingers wijzen, naar de elite van de tempel, naar Pilatus, die geen ruggengraat toont tegenover de eisen, naar het volk, dat mee schreeuwt: kruisigen, kruisigen, naar de soldaten, die de spijkers door de handen en voeten slaan. Maar uit Jezus' mond klinken aan het kruis woorden van vergeving en genade: Vader vergeef het hun, ze weten niet wat ze doen. Aan de misdadiger naast hem gekruisigd: heden zult gij met mij in het paradijs zijn. En als laatste woord klinkt: vader in uw handen leg ik mijn geest.


We horen het evangelie, het evangelie van het lijden en sterven van onze Heer Jezus Christus. Het evangelie, dat is de goede boodschap van de zoon van de mens, de zoon van God, die deze weg gegaan is, die valselijk beschuldigd werd, die de verschrikkelijke kruisdood, de dood voor politieke opstandelingen en moordenaars onderging. Het is het evangelie waar op het kruis gesproken wordt over vergeving.

Op de weg naar het kruis zijn er mensen, die hem navolgen met hun eigen kruis, met de klachten.

Bij het kruis zijn er mensen, die tot inkeer komen, die berouw hebben en er zijn de getuigen, die ons vertellen over de weg ten leven.