Gemeente van Jezus Christus,


Emmaüs, Jeruzalem, Rome, Hilversum


Vanuit Emmaüs zijn ze teruggekeerd. Kleopas en die andere leerling. Ze hebben de andere leerlingen veel te vertellen. Te vertellen over wat er op de weg gebeurd was en over hoe ze Jezus herkend hadden in het breken van het brood.

Een wonderlijk verhaal...


Rome: Lucas vertelt dit op een dag in Rome aan de gemeente die bijeen is. Hij is haast aan het eind gekomen van zijn evangelie, van zijn goede boodschap.

Wellicht heeft hij lang zitten nadenken toen hij het evangelie schreef. Hoe vertel je wat eigenlijk niet te vertellen is, maar tegelijkertijd de kern van zijn evangelie is. Lucas kent de verhalen van horen vertellen. Hij was zelf geen ooggetuige van de opgestane Heer. Hij was niet bij de leerlingen in Jeruzalem, hij was niet in Emmaüs. Hij heeft er alleen maar over horen vertellen. Een verhaal waar die leerlingen zo vol van zijn, dat ze hun mond niet kunnen houden. Het is een verhaal, waardoor ook andere mensen gegrepen raken.

Lucas heeft het verhaal over de opstanding zorgvuldig opgebouwd. Eerst vertelt hij over de vrouwen, die naar het graf gaan om het lichaam van Jezus te balsemen. Ze vinden in het geopende graf het lichaam van Jezus niet. Ze horen twee mannen in een blinkend gewaad vertellen, dat hij de levende is en gaan dan terug naar Jeruzalem verkondigen de elf leerlingen wat ze bij het graf beleefd hebben. De leerlingen vinden het zotteklap. Petrus gaat naar het graf en vindt daar zwachtels. Dan wordt verteld over de twee leerlingen, die naar Emmaüs op weg gaan en terwijl ze onderweg zijn voegt zich een derde bij hen en ze spreken over het gebeuren in Jeruzalem. In Emmaüs aangekomen nodigen ze de vreemdeling in hun huis om te overnachten en bij het breken van het brood herkennen ze hem. En dan is hij onzichtbaar voor hen.

En nu vertelt hij aan de mensen te Rome over hoe die twee naar Jeruzalem teruggekeerd zijn, naar de elf leerlingen.


Jeruzalem: Ik probeer me voor te stellen hoe dat is gegaan daar in Jeruzalem. Opgewonden mensen staan in de ruimte waar ze aanwezig zijn, ze praten door elkaar heen, ze luisteren nauwelijks naar elkaar. Zo vol zijn ze zijn om mee te delen, wat ze gehoord en beleefd hebben. Als eerste klinkt in Jeruzalem de paasgroet: de Heer is waarlijk opgestaan.

En dan horen we dat Simon de Heer gezien heeft. En eindelijk ontstaat er wat rust.

Dan krijgen Kleopas en zijn metgezel de mogelijkheid te vertellen. Lucas zegt; ze leggen uit, ze verklaren. Ze verklaren de weg, het openen van de schriften door de vreemdeling, ze verklaren het breken van het brood en hoe zij hem daarbij herkenden.

En terwijl ze daarmee bezig zijn komt Jezus in hun midden staan. De woorden van Kleopas en zijn metgezel wekt dat op. In de verklaring komt hij in hun midden, is hij aanwezig als de Levende, lichamelijk reëel present.

Als hoorders en lezers van het verhaal kunnen we ons afvragen hoe hij aanwezig is. Is het te vergelijken met wat ik in huisbezoeken zo af en toe hoor. Een vrouw, die mij vertelde, hoe ze 's-avonds bij het raam het gevoel had, dat haar overleden man aanwezig is en hoe ze dan met hem gesprekken voert. Ja, hij is dood, begraven of gecremeerd, maar toch zo echt aanwezig, je zou hem kunnen aanraken. En dat gebeurt dan niet eenmaal, maar heel regelmatig. Verschillende mensen hebben dergelijke ervaringen met mij gedeeld.

Toch denk ik, dat het hiermee niet te vergelijken valt. Hier is geen gesprek tussen twee geliefden, maar een gemeenschappelijke ervaring van een aantal mensen, die daar op de avond van de derde dag aanwezig zijn, over Jezus, over de Levende praten, en tijdens de uitleg, komt hij in het midden staan. Hij verschijnt hun...

Hij is in hun midden, zo was hij in Emmaüs uit hun midden verdwenen, toen ze hem herkenden bij het breken van het brood en nu, terwijl ze het gebeuren verklaren is hij weer in hun midden.

De leerlingen reageren op het in het midden staan van Jezus met angst en schrik. Het is dezelfde reactie als de vrouwen, als ze de twee mannen in het graf zien, die hun zeggen dat de heer is opgewekt. Het grijpt hen diep aan. Ze menen een geest uit de onderwereld te zien.

Dan neemt Jezus het woord. Hij begint te vragen., waarom ze zo ontsteld zijn en daarna maakt hij duidelijk het echt is: geen spook, maar hij is de Levende. Hij wijst op zijn handen en voeten en de leerlingen zien dan de tekenen van de wonden van de nagels, waarmee hij aan het kruis gehangen werd, en hij spreekt over dat een spook geen vlees en beenderen heeft. Het is overigens de enige bijbelse tekst, waarover de opgestane met vlees en beenderen gesproken wordt. Het herinnert ons aan dat grootste visioen uit Ezechïel over de opstanding van het volk Israël uit de ballingschap, waar we lezen over een dal vol dorre doodsbeenderen, die bedekt worden met vlees en waar God de adem inblaast, waardoor Israël tot leven komt en opstaat.

De levende is aanwezig te midden van zijn leerlingen. Het is overigens opvallend, dat in de evangeliën de opgestane Heer alleen maar aan zijn volgelingen verschijnt. Hij verschijnt niet aan zijn tegenstanders, de priesters, de Schriftgeleerden, Pilatus, koning

Herodus.

In de verklaring van het verhaal te midden van zijn volgelingen, in het breken van het brood wordt de Opgestane herkend.

Prachtig is het wat Lucas dan zegt: van blijdschap kunnen de leerlingen niet geloven. Ze zijn overdonderd. Ze weten niet wat ze ermee aan moeten. Ze zijn verlegen met de zaak.

En dan overtuigt Jezus hen met geef mij wat te eten. En ze reiken hem een moot vis aan, die hij opeet.

Een vis - in het Grieks Ichthus, het teken van de vroege christenheid, waarmee ze hun geloof beleden. De letters in het Grieks zijn de beginletters van de geloofsbelijdenis: Jesous Christos Uios Theou Soter, Jezus Christus, zoon van God, Verlosser.

Als Jezus het visje gegeten heeft begint hij nu ten overstaan van de leerlingen en de de anderen, de gemeente die daar aanwezig is, de schriften uit te leggen. Terwijl bij de leerlingen, die naar Emmaüs gingen de schriftuitleg voerde tot de ontmoeting met de opgestane voert hier de ontmoeting met de opgestane tot schriftuitleg. De ontmoeting met de opgestane is de sleutel voor het begrijpen van de schrift. Jezus wil niet los van het zogenaamde Oude Testament begrepen worden. De weg, die Jezus gegaan is, de weg van het lijden, de weg van de Messias, de weg die leidt tot de opstanding is niet iets nieuws, maar is gefundeerd in de wet van Mozes, de profeten en de geschriften. Maar het begrijpen daarvan is niet een conclusie die men uit de schrift zo maar kan trekken. De leerlingen kunnen het pas begrijpen, inzien, omdat Hij ??? zo staat het er ??? hun geest opent.

En dan opent Jezus het perspectief van het hele evangelie: in zijn naam zal gepredikt worden vergeving van de zonden voor alle volkeren.


Rome. In Rome horen de mensen Lucas dit vertellen. Die hoorders van Lucas vormen een klein groepje in het midden van een gewelddadige maatschappij. Daar in Rome hebben ze gehoord van de nabijheid van het koninkrijk van God. Als een groep, die als Joodse sekte beschouwd wordt werden ze vanwege de recente opstand van de inwoners van Jeruzalem gewantrouwd. Misschien hebben deze mensen herkend, wat Lucas vertelt: hoe bij het breken van het brood Jezus Christus herkennen en hoe in de verklaring van de schriften Jezus lijfelijk en reëel te midden van de gemeente is- zo dichtbij, tastbaar aanwezig, hoe de woorden, die tot klinken komen een andere werkelijkheid opent, de werkelijkheid van het koninkrijk van God, de werkelijkheid om opnieuw te kunnen beginnen- elke dag opnieuw.


Hilversum. We zitten in een andere situatie dan de hoorders van het evangelie in Rome. Misschien herkennen we ook iets van wat Lucas ons vertelt: als we de maaltijd van de Heer vieren, hoe we zijn aanwezigheid ervaren als gastheer, die zichzelf uitdeelt in brood en wijn en ook in het woord, een woord dat ons bemoedigt. Een woord dat ons bevrijdt van de angst voor de dood, een woord dat ons bevrijdt tot het werken in onze mogelijkheden aan een wereld, waarvan God droomt en die hij ons en alle mensen in de wereld toegankelijk gemaakt heeft.

Amen.