Zondag 25 april, Jubilate
Jubilate, het eerste woord uit Psalm 66 in Latijnse vertaling. Deze psalm heeft de 4de zondag van Pasen zijn naam gegeven. Het lijk wel of op deze zondag gerealiseerd wordt wat pasen is: de jubelzang breekt uit,niet alleen van de gemeente, maar van geheel de aarde. Traditioneel wordt op deze zondag uit het tiende hoofdstuk van Johannes gelezen. In dit jaar zijn we te gast op het feest van de vernieuwing van de tempel. Gedacht wordt aan gebeurtenissen ten tijde van de Makkabeeën. Na de ontwijding van de tempel door vreemden is de tempel weer geheiligd. Een fel gesprek vindt plaats tussen Jezus en zijn tegenstanders. Jezus noemt zijn tegenstanders niet-gelovigen. Wie hem navolgt weet met wie ze te maken hebben.
Lezingen: Numeri 27: 12 - 23, Openbaring 7: 9 - 11 en Johannes 10: 22 - 30
zingen: Tussentijds 174, Psalm 100, Tussentijds 109, Gezang 105 en Gezang 224
preek
Gemeente van Jezus Christus,
het is kil en regenachtig in Jeruzalem. Op het plein voor de tempel is een enorme menora, een zeven-armige kandelaar opgesteld. Een paar van de lampen van de kandelaar branden. Elke avond opnieuw steekt men naast de lampen, die branden een nieuwe lamp aan. Zo viert men, dat haast zo'n 200 jaar daarvoor de tempel opnieuw voor de Joodse eredienst in gebruik genomen is, nadat de vijanden van destijds de tempel gewijd hadden aan de God der Grieken aan Zeus en daar een varken geofferd hadden. Een lange strijd is onder leiding van Judas de Makkabeeër voorafgegaan. Als ze Jeruzalem en de tempel in bezit genomen hebben, is de stad belegerd. De tempel wordt opnieuw in gebruik genomen. Men probeert de grote menora op het plein aan te steken, maar er is te weinig olie ??? een dagvoorraad. Toch steekt men de kandelaar aan. De volgende dag brandt de kandelaar nog steeds en ook de daarop volgende dagen. Het wonder van Chanoeka. Dan is er weer olie gevonden. Sinds de herinwijding van de tempel viert men elk jaar dit feest.
Jezus is tijdens dit feest in de tempel. Johannes heeft hem gezien en onmiddellijk stelt hij hem in het centrum. Hij wandelt heen en weer in de zuilengang van Salomo. Een ideale plek om met mensen te praten, om de schrift uit te leggen. Ze komen op hem af. De Judeeërs. Met Judeeërs geeft Johannes mensen aan, die in en rond de tempel het voor het zeggen hebben: de oudsten, zeg het bestuur van de tempel, de Schriftgeleerden, de mensen die de schrift uitleggen, de priesters, de mensen die een taak hebben om te offeren, de farizeeën - dat klopt niet helemaal, maar Johannes zal als hij het evangelie op schrift stelt vooral gedacht hebben aan de discussies die hij had met de vromen uit de synagoge, die moeite hebben met die hele beweging rondom Jezus. Ze omringen hem. Waarom omringen ze hem? Is het omdat ze gehoord hebben: ik ben de goede herder, of ik ben de deur van de aula (meestal vertaald met schaapskooi, maar het is ook een woord om de tempel weer te geven, of - om iets anders wat ze gehoord hebben. Ze komen niet om te aanbidden of te vereren, maar met een vraag. Een vraag, zo men wil van de lezers van het evangelie, een vraag namens de lezers: tot wanneer hef je onze ziel op, hoe lang hou je ons in spanning? Er klinkt nog geen afwijzing. Het is een voor de hand liggende en open vraag: als jij de Christus, de gezalfde bent, zeg het dan ons openlijk.
Maar die vraag, die wordt op een gebiedende wijs gesteld. Je moet het ons nu zeggen en daarmee ontspoort die vraag.
Jezus trekt door zijn optreden grote groepen mensen. Hij heeft navolgers. Er is een beweging ontstaan van mensen die in hem geloven, vertrouwen hebben. Jezus heeft iets te zeggen en wat moet je er mee als gevestigde macht, als mensen, die het geloof van Israël proberen te beschermen. En nu ontstaan er discussies rondom deze persoon: is hij de messias? Is hij de redder van Israël, zoals destijds Judas de Maccabeeër destijds Israël bevrijd heeft van de vijandelijke overheersing, van de valse eredienst en de eredienst aan de Eeuwige hersteld heeft.
In Jeruzalem, in het heiligdom, in de zuilengang van Salomo ten tijde van het vernieuwingsfeest wordt die vraag gesteld. Nu is het de tijd om het te zeggen. Eerder is Jezus in Israël een direct antwoord uit de weg gegaan, wel weten we dat hij tegen de vrouw bij de bron in Samaria het gezegd heeft. Nu klinkt hier: Zeg het nu openlijk! Zo bevelen de Judeeërs daar in Jeruzalem.
Jezus heeft het nooit expliciet in Jeruzalem gezegd: Ik ben de messias. Wel heeft hij impliciet gezegd: Mij kent gij en gij weet, vanwaar Ik ben; en Ik ben niet van Mijzelf gekomen, maar er is een Waarachtige, die Mij gezonden heeft en die gij niet kent. Ik ken Hem, want Ik kom van Hem en Hij heeft Mij gezonden. Dit antwoord overtuigt nog niet: mensen blijven door discussiëren. Ook geeft hij antwoord met de ???Ik ben??? woorden: Ik ben de Goede herder, Ik ben de deur, Ik ben het brood des levens, ik ben het licht???. Hier, nu hij onder druk komt te staan, terwijl die mensen rondom hem staan, wat gaat daar toch een dreiging van uit. Jezus antwoordt: Ik heb het al gezegd, maar jullie geloven het niet.
Het vertrouwen is er niet. Wat de eenheid van de schapen en de herder uitmaakte: het horen en het kennen van de stem, dat is er in de zuilengang van Salomo niet. En op dat geloven, op dat vertrouwen komt het aan.
Moeilijkheid om te geloven, als iemand met een dergelijke pretentie spreekt. In de Bijbelkring van afgelopen donderdag kwamen voorbeelden naar boven van mensen, die beweerden God te zijn, zoals Lou de Palingboer - hij trok een aantal volgelingen ermee. Je kan zoveel van je zelf beweren, of mensen kunnen zoveel van iemand anders beweren, maar een zekere scepticisme is toch wel gezond. Hoe zouden wij reageren op zo'n charismatisch optredend persoon als Jezus? Israël heeft in de geschiedenis ook wel zijn leergeld betaald met Messiassen. O.a Bar Kochba de zoon der sterren, die vele enthousiastelingen rondom zich organiseerde met zijn falende opstand tegen de Romeinse overheersing, wat uiteindelijk mede de oorzaak werd van de verdrijving van de laatste groepen Joden uit het land van Jeruzalem.
Ik heb het jullie gezegd
en niet vertrouwen / geloven jullie het
zo heeft Jezus geantwoord en dan vervolgt hij
de werken die ik doe in de naam van de vader
deze getuigen omtrent mij.
Die woorden over de werken zijn beslissend. De werken van Jezus concurreren niet met die van de vader. Ze getuigen omtrent Jezus.
Eerder heeft Jezus gezegd, dat hij de werken van de vader tot voltooiing zal brengen en dat de werken die hij doet, dat die getuigen dat de vader hem gezonden heeft.
Mensen overtuigen door waarvoor ze staan en wat ze doen. Om enkele voorbeelden te noemen: Albert Schweizer met zijn eerbied voor het leven zette zich in in het ziekenhuis, dat hij in Lambarene oprichtte, Mahatma Gandhi in India, die op geweldloze wijze India bevrijdde van de koloniale druk, Martin Luther King in zijn inzet voor de droom van een Amerika zonder rassenscheiding en rassendiscriminatie, Nelson Mandela, die jaren gevangen gezeten heeft vanwege zijn verzet tegen de apartheid en na zijn bevrijding en het aan de macht komen van het ANC er zich voor geijverd heeft, dat het niet in een bloedbad uitliep in Zuid-Afrika.
Voor Johannes is overtuigend geweest, dat het werk van Jezus tot voltooiing komt aan het kruis en dat dat opstandingsleven is.
Jezus voltooide daar de werken van God. En nu is de vraag aan zijn hoorders, maar ook aan de lezers geven we dat vertrouwen aan hem, geven we krediet aan de weg, die hij gegaan is.
Vertrouwen in Jeus is tweevoudig: Vertrouwen in de zender, de vader en vertrouwen in wie hij gezonden heeft.
Dat vertrouwen zal blijken in de waarheid, in de daden van genegenheid.
Het niet vertrouwen van de hoorders van Jezus is niet raadselachtig. Voor Johannes, voor Jezus is het eenvoudig en gemakkelijk te verstaan: ze zijn niet uit de schapen van mij. Ze kunnen niet horen, ze zijn vreemden. Ze kennen niet. In Johannes staat er:
Maar jullie hebben geen vertrouwen,
omdat jullie niet zijn uit de schapen van mij.
Let wel: geen vertrouwen. Er staat niet geen vertrouwen in mij. Dat mij horen we pas in de schapen van mij. Zijn schapen hebben vertrouwen.
Wanneer we hier verder lezen, dan is dat inclusief: vertrouwen in de vader, in de spreker, in elkaar.
Mijn schapen zullen mijn stem horen
en ik ken hen en zij volgen mij
en ik geef hen eeuwig leven
en niet gaan ze verloren naar de eeuw
niet rooft iemand hen uit mijn hand.
Mijn vader, die gegeven heeft aan mij
is groter dan allen
en niemand kan roven uit de hand van de vader
ik en de Vader één zijn wij.
Het zijn grote woorden, soms te groot voor ons. Maar als we de woorden van Jezus horen, dan behoren we tot zijn kudde, hebben we deel aan het opstandingsleven van Jezus voor altijd.
Amen.