De Evangelisch-Lutherse Gemeenschap voorgesteld
Interview van de heer Hans Roepman, redacteur van het Kerkblad voor Hilversum met ds. A.C.Verwaal, predikant van de Evangelisch-Lutherse Gemeente te Hilversum over de deelname aan het Kerkblad
De Lutherse Gemeenschap had al een eigen kerkblad wat eenmaal per maand verscheen. Wat is dan de reden nu te kiezen voor het meedoen met het Kerkblad van Hilversum?
We kunnen nu meer mensen bereiken, die dan kennis kunnen maken met andere tradities. Ons eigen blad werd gelezen door een betrekkelijk kleine groep mensen. We hebben wel geprobeerd interesse te kweken door mensen in de buurt te benaderen in de hoop dat ze nieuwsgierig zouden worden en komen kijken, maar dat viel tegen. We hopen nu ook op meer onderling begrip in Hilversum.
Overigens was er al langer de wens om mee te doen met het Kerkblad van Hilversum. We hebben zelfs wel met enige jaloersheid gekeken naar de Vrijzinnige Gemeenschap, maar ja die had natuurlijk al een bepaalde binding met de hervormde gemeente. Maar goed, toen in de kerkenraad dit als voorstel aan de orde kwam, bleek dat men het hier algemeen mee eens was. We hebben toen aan onze eigen leden geschreven, dat ons eigen blad, "Ons gemeenteleven", nog vier maal per jaar zou verschijnen, althans dat is de planning, en er kwamen daarover geen negatieve reacties.
Jullie blijven binnen de PKN een zelfstandig gemeente met een eigen karakter en identiteit. Waarin onderscheidt de Lutherse gemeenschap zich eigenlijk van de overigen?
Dat is een lange geschiedenis. Er is historische gezien in Nederland al sinds de reformatie een zelfstandige Lutherse gemeenschap, gedeeltelijk ondergronds, gedeeltelijk bovengronds. Met name van overheidswege heeft men pogingen gedaan de verschillende gemeenschappen, Lutheranen, Doopsgezinden en Gereformeerden (de latere Hervormden), bijeen te brengen. Maar er zijn natuurlijk, behalve culturele, ook theologische verschillen en verschillen als het gaat over kerkorganisatie. Zo zeggen we dat alle gelovigen het ambt van gedoopte hebben. We kennen weliswaar ouderlingen en diakenen. Die noemden we niet ambtsdragers, maar ze hadden de opdracht de kerk te besturen en vervulden dus een bestuursambt. Dat is nu in de PKN veranderd, maar dat betekent in de praktijk bijvoorbeeld dat voor ons een dienst waarin de dienstdoende kerkenraadslid de predikant geen hand geeft toch een geldige dienst is. Zo is het niet nodig dat bij bijvoorbeeld een begrafenisdienst een ouderling of diaken aanwezig is: het is toch een geldige dienst. Wij Lutherse predikanten kunnen daarom ook in bijvoorbeeld een verzorgingstehuis het avondmaal bedienen zonder dat er een ambtsdrager bij is.
Verder zijn er verschillen in opvattingen over vooral het avondmaal. Het gaat dan om de vraag of Christus echt tegenwoordig is bij het avondmaal of niet. Daarbij zitten we eigenlijk dichter bij de Rooms Katholieke opvatting. We kennen niet de transsubstantiatie zoals de Katholieken, maar wel de consubstantiatie. De consubstantiatie houdt in, dat we geloven dat gedurende de bediening van het sacrament het lichaam en bloed van Christus aanwezig is in, met en onder de elementen van brood en wijn. Dit in tegenstelling tot de opvatting van de transsubstantiatie waar brood en wijn veranderen in lichaam en bloed van Christus. In de hervormde/gereformeerde traditie is de aanwezigheid van Christus in brood en wijn symbolisch (bij Zwingli) of geestelijk (Calvijn) d.w.z reëel voor gelovigen bij het eten en drinken van brood en wijn. Er zijn ook Lutherse gemeenten die wel met ouwel werken, wij met brood. Maar eigenlijk wijst de Lutherse gemeenschap elke filosofische benadering van sacramenten af.
Overigens hebben wij een open avondmaal: kinderen zijn welkom, je hoeft zelfs niet gedoopt te zijn.
Bij samensprekingen met andere kerkgenootschappen erkent men wel deze verschillen, maar men heeft ook gezegd dat deze verschillen niet kerkscheidend zijn. Al in de vijftiger jaren werden de wederzijdse opvattingen tussen Hervormden en Lutheranen erkend, en ook gerespecteerd. Daardoor werd het mogelijk dat predikanten in beide kerken voorgingen. De verschillen hadden ook te maken met het taalveld en taalgebruik uit de zestiende en zeventiende eeuw, waardoor ze behoorlijk konden worden gerelativeerd. Dit inzicht wordt door sinds het aanvaarden van de Leuenberger Konkordie in 1973 door vele reformatorische kerken in Europa gedeeld.
Kunt u ook een karakteristiek geven van de plaatselijke Evangelisch Lutherse Gemeenschap, zoals die in de kerk aan de Bergweg functioneert?
Nu bestaat de gemeente uit zo 'n 180 doop- en belijdende leden en komen zo 'n 30 - 50 mensen op de zondagen bij elkaar in het kerkgebouw aan de Bergweg.
Het is op het ogenblik een gemeenschap van vooral ouderen, maar dat zal bij meerdere kerkgenootschappen voorkomen. Het is een vrij hechte gemeenschap. We hebben een omschrijving van de gemeente: "We willen samen met andere kerken het Evangelie vertolken in de culturele en maatschappelijke samenleving van vandaag, een open gemeente zijn voor jong en oud, sterk of zwak vol vragen en/of antwoorden. Wij zijn een actieve groep mensen die met vreugde trachten te leven van uit hun geloof. Een gemeente die aandacht voor elkaar heeft en inspiratie put uit Gods woord. Wij zetten ons in om te dienen en zijn bewogen met de nood van de wereld."
Dit geldt natuurlijk voor een heleboel gemeenschappen. We hechten nogal aan het begrip 'vreugde'. We vinden onze inspiratie in Gods Woord en de Sacramenten. Zo zou ik eigenlijk wel elke week avondmaal willen vieren, zoals op veel plekken in het buitenland. Maar de praktijk is nu dat het eenmaal per maand gebeurt.
We hebben ook een heel duidelijk liturgie. Deze heeft wel iets van een hervormde katholieke liturgie. Er is daarbij veel aandacht voor de tijd van het jaar, dat wil zeggen dat elke zondag van het kerkelijk jaar zijn eigen karakter heeft. Dat komt tot uiting in de antifoon en de introïtuspsalm, die wordt gelezen of gezongen, de keuze van de lezingen waarbij na de epistellezing het psalmwoord en halleluja klinkt en het zondagslied gezongen wordt. Dat zijn heel duidelijke keuzes, in de Lutherse traditie vormt dit de basis van onze spiritualiteit..
Doordeweeks worden regelmatig activiteiten georganiseerd waar kleine groepjes gemeenteleden elkaar ontmoeten. Deze bijeenkomsten staan ook open voor mensen buiten onze kleine gemeenschap. Denk aan cursussen en lezingen, gesprekskringen, contactmiddagen, huisbezoeken en de avonden Sacrale Dans. Het zijn zeker ook deze momenten waarop gemeenteleden elkaar bemoedigen en inspireren bij de zoektocht naar een eigen invulling van het persoonlijk geloof.
Zijn er meer punten die de aandacht vragen?
Er is natuurlijk de zorg voor de toekomst. De gemeente wordt wel kleiner, hoewel de kerkenraad binnen de orde van de PKN voldoende omvang heeft. Maar er komt inderdaad de vraag of je nog voldoende mensen vindt voor de kerkenraad en andere activiteiten. Waar we vroeger veertig of meer mensen bij de kerstmaaltijd hadden, zien we nu tussen de twintig en dertig deelnemers. Zo heb ik op het ogenblik ook geen catechese meer, dat is toch zorgelijk. Overigens loopt het kringwerk wel goed, je weet gewoon dat je niet buiten elkaar om kan. De vraag is dan in welke organisatie of kan het ook naast elkaar? Dat moeten we samen aanpakken en onderzoeken.